30/08/2026
๐๐จ๐ง๐๐๐ ๐๐ ๐๐ฎ๐ ๐ฎ๐ฌ๐ญ๐ฎ๐ฌ
Zondag 29 augustus ging Ds. Joep van den Berg voor in Het Kruispunt. Hij sloot zijn trilogie over Jona af.
Omdat het geluid van de dienst van zondag 29 augustus online niet werkte, maakte ik voor u een samenvatting van de preek. Later hoop ik de link naar YouTube te kunnen plaatsen.
Jona loslaten โ en Nineve in onszelf herkennen
Vandaag sluiten we het verhaal van Jona af.
En wat een merkwaardige afsluiting is dat eigenlijk. We zouden misschien verwachten dat Jona, na alles wat er is gebeurd, opgelucht en dankbaar is. Nineve heeft zich bekeerd. De mensen zijn tot inkeer gekomen. God heeft hen niet gestraft, maar hun het leven gelaten.
Maar Jona?
Jona vlamt van haat en nijd. Hij is ziedend kwaad.
Niet omdat Nineve verloren gaat, maar juist omdat Nineve wordt gered.
Dat is misschien wel het meest confronterende aan het verhaal van Jona. Het lijkt erop dat Gods liefde en genade voor de heidenen Jona gewoon te veel zijn. Jona had gehoopt op straf. Hij had gehoopt dat God zou doen wat hij vond dat God mรณรฉst doen. Nineve had gezondigd en overtreden. Dan hoort daar toch straf bij?
Maar God kiest een andere weg.
God kiest voor redding en bevrijding. Voor het leven van maar liefst honderdtwintigduizend mensen in Nineve. God ziet hun berouw. Hij ziet hun inkeer. En dat berouw is zelfs zo groot dat iedereen rouw betoont, mens รฉn dier.
God ziet dat en Hij waardeert het.
God overwint het kwade door het goede.
En daar weten wij alles van.
Wij zijn geen beginners als het gaat om kwaad en goed. Wij zijn al gevormd. We hebben allemaal onze gedachten, onze overtuigingen, onze oordelen. We weten wie er volgens ons wel of geen genade verdient. We weten soms heel goed wat een ander verkeerd doet.
En misschien herkennen we Jona daarom wel beter dan we zouden willen.
Want het geloof nodigt ons uit om iets anders te doen. Om zelfs te zegenen wie ons vervloeken. Om te bidden voor mensen die ons misschien helemaal niet liggen. Om te bidden voor mensen die zelf ook maar proberen hun leven te rooien, met alles wat ze met zich meedragen.
Daar zit huiswerk voor ons.
Want gemakkelijk is het niet.
Daarvoor heb je ook vrede met jezelf nodig. Als je voortdurend met jezelf in gevecht bent, wordt het moeilijk om vrede uit te delen aan een ander.
Daarom liet Jezus zijn vrede bij ons achter.
Niet de vrede zoals de wereld die geeft. Niet de vrede die afhankelijk is van omstandigheden, van gelijk krijgen of van het feit dat iedereen zich gedraagt zoals wij vinden dat het hoort.
Maar de vrede van Jezus.
Jona bidt opnieuw.
De eerste keer bad hij vanuit de buik van de vis. Nu bidt hij opnieuw, midden in zijn woede. En eigenlijk is het nauwelijks een gebed te noemen. Het is vooral een aanklacht tegen God.
God vraagt hem: โIs het terecht dat je zo kwaad bent?โ
En Jona?
Hij pruilt als een klein kind.
Hij zit daar als een soort bermtoerist langs de weg te wachten tot hij kan zien wat er met Nineve gebeurt. Hij wacht op Gods oordeel. En wanneer God anders beslist, wordt hij boos.
Jona kan niet omgaan met een God die genadig is.
Terwijl hij nota bene zelf heel goed weet wie God is.
Jona erkent de grootheid van God. Hij weet dat God geduldig is, liefdevol, genadig en dat Hij omziet naar mensen.
Jona wรฉรฉt het.
Maar weten en ernaar leven zijn twee verschillende dingen.
Jona heeft nog veel te leren.
Zijn woede wordt zelfs zo groot dat die zijn eigen leven bedreigt. Hij is verdoofd door zijn boosheid. Hij is niet meer bereikbaar voor wat God hem probeert te laten zien. Er is een breuk ontstaan tussen Jona en God, maar ook tussen Jona en zichzelf.
Hij wil liever dood.
Dat klinkt bijna depressief. Alsof zijn boosheid hem volledig gevangenhoudt.
En dan komt die boom.
Jona is blij met die boom. Eindelijk iets dat hem schaduw geeft. Eindelijk iets dat hem verlichting brengt.
Maar God laat een worm komen.
De boom verdort.
De zon brandt.
De verzengende hitte maakt het Jona opnieuw ondraaglijk.
En opnieuw zegt Jona dat hij liever doodgaat.
En opnieuw vraagt God:
โIs het terecht dat je zo kwaad bent?โ
Dat is misschien wel de belangrijkste vraag van het hele verhaal.
Niet: Heb je gelijk?
Maar: Wat doet jouw woede met jou?
En: Waar brengt jouw woede je vandaan en waar brengt ze je naartoe?
God gaat het gesprek met Jona aan. Hij laat hem niet vallen. Zelfs niet wanneer Jona boos is op God zelf.
Want het gaat God uiteindelijk niet alleen om wat wij doen.
Het gaat God om ons hart.
En juist daar wil Hij ons raken. Daar vraagt Hij om bekering.
Bekering is niet alleen: erkennen dat je iets fout hebt gedaan. Bekering betekent ook dat je je laat omkeren. Dat je je laat meenemen van je eigen gelijk naar Gods weg.
Alleen door bekering kunnen we worden gered.
En misschien is dat wel precies waarom Jezus als het ware op de schouders staat van Jona en van Joรซl.
Want wat in Jona gebeurt, gebeurt ook in ons.
Nineve zit ook in ons.
En de woorden van Joรซl wonen ook in ons. De belofte die door hem heen klinkt, raakt ook ons. Gods verlangen naar redding, naar herstel, naar leven.
Jona is niet alleen een man uit een oud verhaal.
Jona zit in ons.
Nineve zit in ons.
De boosheid van Jona zit soms in ons.
Maar ook Gods verlangen naar redding zit in ons.
Jezus kwam voor die redding.
Niet om mensen af te schrijven, maar om mensen opnieuw leven te geven. Om ruimte te maken voor bevrijding, voor verzoening, voor vrede.
En daar mogen wij vorm en uitdrukking aan geven.
Dat betekent dat Gods liefde zichtbaar mag worden.
Juist voor mensen die niet meer verder willen leven.
Voor mensen die vastzitten in hun verdriet, hun woede, hun eenzaamheid of hun wanhoop.
Laat God hen op ons pad brengen.
Niet zodat wij meteen de juiste woorden moeten hebben. Niet zodat wij hun leven moeten oplossen.
Maar zodat wij er kunnen zijn.
Zodat we iets van die vrede van Jezus kunnen laten zien.
Iets van die genade.
Iets van die liefde.
Iets van die God die zelfs Nineve niet opgeeft.
En dan komt vandaag het moment waarop we de duif, Jona, loslaten.
Misschien is dat wel meer dan alleen het afsluiten van een verhaal.
Misschien laten we Jona los omdat ook wij niet gevangen willen blijven in onze boosheid, ons gelijk en onze verwachtingen van hoe God zou moeten handelen.
We laten Jona los.
Maar misschien is er nog een andere vraag.
Is deze duif misschien ook de duif die op Jezus neerdaalde bij zijn doop?
De duif van Gods Geest.
De Geest die niet gevangen blijft.
De Geest die beweegt.
Die ons leert loslaten.
Die ons leert omkeren.
Die ons leert om niet te kiezen voor vergelding, maar voor vrede.
Om niet te vervloeken, maar te zegenen.
Om niet weg te kijken van mensen die het moeilijk hebben, maar hen te zien.
En misschien is dat uiteindelijk wat Jona ons leert.
Dat Gods genade altijd groter is dan ons oordeel.
Dat Gods liefde verder reikt dan onze grenzen.
En dat Nineve misschien niet alleen daar is.
Nineve zit ook in ons.
Maar Gods genade ook.
En daarom mogen we Jona vandaag loslaten.
Niet omdat het verhaal klaar is.
Maar omdat het verhaal nu verdergaat.
In ons.