30/10/2026
Vrijdagpreek: 30 okt
Onderwerp: ‘De tweede les van de reis van Profeet M***a met Al-Khadr
( *Heb je een onschuldige persoon gedood* )
Alle lof zij Allah, de Alwetende, de Alwijze, Degene Die de zaken bestuurt met een volmaakte wijsheid die de menselijke verstandhouding te boven gaat. En wij getuigen dat er geen god is dan Allah, de Enige, Die geen metgezel heeft, en wij getuigen dat Mohammed Zijn dienaar en Boodschapper is (vzmh).
Ik verman mijzelf en jullie met de vrees voor Allah, de Verhevene, want dat is de proviand van de gelovige en de weg naar succes in dit wereldse leven en het Hiernamaals.
O gelovigen, In de voorgaande preken hebben we stilgestaan bij enkele indrukwekkende verzen uit sura al-Kahf. En we stonden stil bij het begin van de wonderbaarlijke reis die wordt beschreven in sura al-Kahf.
De profeet M***a (vzmh) ging op reis om kennis op te doen van een bijzondere dienaar van Allah, al-Khidr, aan wie Allah bijzondere kennis had geschonken. Tijdens deze reis zagen we hoe het eerste voorval begon met iets wat op het eerste gezicht moeilijk te begrijpen was.
Al-Khidr bracht namelijk schade toe aan een schip door er een g*t in te maken. Voor Mūsā (vzmh) leek dit een daad die schade en gevaar zou veroorzaken Maar achter deze ogenschijnlijke schade schuilde een grote wijsheid: het schip zou hierdoor worden beschermd tegen een tirannieke koning die ieder goed schip met geweld in beslag nam.
Wat voor Mūsā (vzmh) op het eerste gezicht een daad van schade leek, bleek uiteindelijk een middel tot bescherming en barmhartigheid van Allah.
O moslims, Maar de reis eindigde niet bij het schip. De tocht ging verder en bracht een nog grotere en zwaardere beproeving met zich mee, een voorval die voor het menselijk verstand nog moeilijker te begrijpen was.
Vandaag staan we stil bij het tweede voorval: één van de meest aangrijpende en schokkende momenten van deze bijzondere reis. Het moment waarop al-Khidr een jonge jongen doodde. Een gebeurtenis die het hart doet beven en waarvan de ernst diep in de ziel doordringt.
Profeet Mūsā (vzmh) kon niet zwijgen toen hij dit zag. Hij was van nature iemand die opkwam voor de waarheid en onrecht afwees. Toen hij zag dat een onschuldige jongen werd gedood, kon hij deze daad niet zomaar voorbij laten gaan. Zijn geweten bracht hem ertoe onmiddellijk te vragen hoe zoiets kon gebeuren.
Allah vertelt hierover in de Koran dat Mūsā (vzmh) zei: “ *Heeft u een onschuldig persoon gedood die niemand vermoord heeft? Waarlijk, u heeft een vreselijke daad verricht.* 18:74
O vrome moslims, Stel u dit tafereel eens voor, een kind wordt gedood, zonder dat er op dat moment een begrijpelijke reden voor is. Voor het menselijk verstand en het hart is dit buitengewoon moeilijk te bevatten.
Het is een tafereel dat diep raakt en ons doet beseffen hoe zwaar het is wanneer een onschuldige ziel wordt weggenomen; een ziel die geen zonde heeft begaan en geen misdaad heeft gepleegd. Vanuit het menselijke perspectief lijkt dit dan ook een onvoorstelbaar groot onrecht.
Juist daarom kon de profeet Musa (vzmh) zich niet beheersen, ondanks de waarschuwing die al-Khidr hem vooraf had gegeven. Al-Khidr had namelijk tegen hem gezegd: “ *Volg mij dan, maar vraag mij niet tot ik het zelf uitleg geef.* ”(18:70)
Toch kon Musa (vzmh) niet zwijgen toen hij deze daad zag. Allah zegt in de koran over hen: “Mozes zei: ‘ *Heeft u een onschuldig persoon gedood die niemand vermoord heeft? Waarlijk, u heeft een vreselijke daad verricht.* ” (Surat al-Kahf, 18:74)
Dienaren van Allah, Wie gelooft, weet dat achter alles wat Allah in deze wereld en het Hiernamaals beschikt, een diepe wijsheid schuilt. Niets op aarde en niets in de hemel gebeurt zomaar of zonder doel.
Allah de Verhevene zegt: “ *Voorwaar, Wij hebben alles volgens een vaste maat geschapen* .” (Sura al-Qamar, 54:49) Ook deze gebeurtenis, hoe hard en pijnlijk zij op het eerste gezicht ook leek, bleek uiteindelijk een verborgen vorm van Zijn oneindige barmhartigheid te zijn.
Hoe vaak worden we getroffen door dingen die ons hart breken? Hoe vaak verliezen we iets waarvan we dachten dat het ons geluk zou brengen? En hoe vaak gebeuren er zaken waarvan we de zin op dat moment volstrekt niet begrijpen?
Maar telkens weer blijkt achteraf dat juist datgene wat ons verdriet deed, een verborgen zegen bevatte. Wij beoordelen het heden op basis van wat wij zien, terwijl Allah in Zijn alomvattende kennis het verleden, het heden en de toekomst overziet.
Daarom kan datgene wat wij ervaren als een zware ramp, achteraf juist een vorm blijken te zijn van Allah barmhartigheid. De les van dit verhaal is dan ook dat wij vastberaden moeten vertrouwen op Zijn wijsheid, vooral wanneer wij Zijn besluiten op dat moment niet kunnen bevatten.
Wat ons overkomt, kan diepe pijn doen Het kan ons verdriet brengen en de wijsheid erachter kan voor onze ogen verborgen blijven. Maar een moslim gelooft dat Allah de Verhevene de Alwetende en Alwijze is
Dienaren van Allah, Soms sluit Allah een deur die wij zo graag open wilden houden, omdat Hij in Zijn wijsheid weet dat daarachter gevaar schuilt. En soms neemt Hij iets dierbaars van ons weg, om ons te overladen met iets dat vele malen beter voor ons is.
Laten we daarom leren om onvoorwaardelijk op Hem te vertrouwen, geduldig stand te houden en te beseffen dat Zijn kennis en wijsheid oneindig veel groter zijn dan ons eigen beperkte begrip.
O moslims, Velen vragen zich af welke wijsheid er schuilgaat achter zo’n zware beproeving: het wegnemen van het leven van een kind. Het is een pijn die het hart van iedere ouder diep raakt en een verdriet dat niet zomaar verdwijnt. Er is immers nauwelijks een grotere beproeving voor het hart van een ouder dan het verlies van hun eigen kind.
Het is een bitter verdriet dat de menselijke ziel nauwelijks kan dragen. Alleen degene wiens hart gevuld is met geloof, overgave aan het besluit van Allah
De Profeet ﷺ zei: “Wanneer het kind sterft, zegt Allah tegen Zijn engelen: ‘Hebben jullie het kind van Mijn dienaar weggenomen?’ Zij zeggen: ‘Ja.’ Hij zegt: ‘Hebben jullie de vrucht van zijn hart weggenomen?’ Zij zeggen: ‘Ja.’ Hij zegt: ‘Wat heeft Mijn dienaar gezegd?’ Zij zeggen: ‘Hij heeft U geprezen en gezegd: “Voorwaar, wij behoren aan Allah toe en tot Hem zullen wij terugkeren.”’ Dan zegt Allah: ‘Bouw voor Mijn dienaar een huis in het Paradijs en noem het Huis van de Lof.’ (at-Tirmidhī)
Allah, Geprezen is Hij, weet hoe zwaar het verlies van een kind voor een ouder is. Toch kan achter zo’n pijnlijke beproeving een verborgen wijsheid en barmhartigheid schuilgaan.
Allah zegt over het verhaal van al-Khidr en Mūsā : “ *Wat de jongen betreft, zijn ouders waren gelovigen en wij waren bang dat hij hen zou overhalen tot opstandigheid en ongeloof. *Onze bedoeling was dat hun Heer hem zou vervangen door een betere zoon, die rechtvaardiger en godvrezender is* )..” (18:80-81)
O vrome moslims, weet dat niets wat van Allah komt, zonder wijsheid gebeurt. Ook achter pijnlijke gebeurtenissen kan een verborgen barmhartigheid schuilgaan. Hoeveel ouders hebben hun geliefde kind verloren en aan de aarde toevertrouwd?
De gelovige die vertrouwt op zijn Heer weet dat Allah weet wat wij niet weten. Hoeveel kwaad heeft Allah van ons en onze kinderen afgewend zonder dat wij het ooit hebben beseft? De mens oog ziet slechts wat voor haar zichtbaar is.
De gelovige moslim is tevreden met wat Allah voor hem heeft bepaald en vertrouwt erop dat Zijn barmhartigheid voorafgaat aan Zijn besluiten. Wanneer de wijsheid achter een beproeving ons ontgaat, laten we denken aan Mūsā,(vzmh) wat voor hem als een ondraaglijke ramp leek, bleek uiteindelijk deel van Allah barmhartige wijsheid.
De jongen zou zijn gelovige ouders tot ongeloof en opstandigheid brengen. Daarom verving Allah hem door een kind dat beter en barmhartiger voor hen zou zijn.
O, vrome Moslims, Weet dat dit indrukwekkende koranische verhaal geenszins een vrijbrief is voor mensen om zich naar eigen begeerten te beroepen op Allah besluiten, of om gewelddadige daden te rechtvaardigen met het argument van een verborgen wijsheid.
Al-Khidr handelde immers niet uit eigen inzicht of begeerte. Hij handelde op basis van openbaring en een bijzondere goddelijke opdracht. Daarom zei hij: “ *En ik heb het niet uit eigen beweging gedaan* .” (Soera al-Kahf, 18:82)
Denk eens na over het grote verschil tussen het voorval met het schip en dat met de jongen. Wat het schip betreft, werd de wijsheid achter de beschadiging direct duidelijk. De opvarenden begrepen dat dit een bescherming voor hen was tegen de onrechtvaardige koning.
Maar wat de jongen betreft, zullen zijn ouders nooit te weten komen waarom dit hun is overkomen. De wijsheid achter deze beproeving bleef voor hen verborgen. Toch was ook daarin Allah barmhartigheid aanwezig
Hiermee sluiten wij deze preek af met de woorden: van Mūsā: “Heeft u een onschuldig persoon gedood …..? Waarlijk, u heeft een vreselijke daad verricht.” Wie de les van dit verhaal begrijpt, weet dat de wijsheid achter sommige beproevingen voor ons verborgen blijft.
Toch schuilt ook daarin Allah barmhartigheid, zelfs wanneer wij haar niet kunnen doorgronden. Wie een beproeving slechts als toeval beschouwt en blijft vragen: “Waarom ik?” loopt het gevaar de wijsheid en het besluit van Allah uit het oog te verliezen.
O Allah, schenk ons tevredenheid met Uw besluit, zekerheid in Uw wijsheid en geduld tijdens onze beproevingen.
O Allah, maak het beste deel van onze levens het laatste ervan, maak onze beste daden onze laatste daden en maak onze beste dag de dag waarop wij U ontmoeten.
O Allah, wij vragen U om ons veiligheid en rust te schenken op de Dag waarop het Uur aanbreekt, en om ons te verzamelen met de profeten, de waarachtigen, de martelaren en de rechtschapenen.
O Allah, zegen onze tijd en zegen onze levens. Maak ons niet tot degenen die onachtzaam zijn.
O Allah, help ons om U te gedenken, U dankbaar te zijn en U op de beste wijze te aanbidden.
O Allah, maak ons tot degenen die U veel gedenken, U dankbaar zijn en zich in berouw tot U wenden.
O Allah, versterk de islam en de moslims en verheven Uw Woord tot aan de Dag des Oordeels.
O Allah, maak ons tot degenen die naar het woord luisteren en vervolgens het beste ervan volgen.