06/09/2022
Deel 3
Het verhaal van de Profeet Loeth
Engelen worden naar hen toegezonden:
Allah Ta'ala zei:
"En (gedenk) Loeth, toen hij tegen zijn volk zei: 'Pleeg geen gruwelijke weldaden, want niemand van de wereldbewoners is jullie daarin voorafgegaan. Waarlijk jullie benaderen de mannen en beroven de reiziger! En jullie plegen het verwerpelijke in jullie samenkomsten.' Maar zijn volk gaf hem geen ander antwoord dan: 'Breng Allahs bestraffing over ons, als je tot de waarachtigen behoort.' Hij: 'Mijn Heer! Geef mij de overwinning over het volk dat uit verderfzaaiers bestaat.' "
[Qs Al-Ankaboet 29:28-30]
Toen het volk van Loeth door hun koppigheid hem vroeg de bestraffing te laten doen gelden waarvoor hij hen gewaarschuwd had, deed hij een beroep op Allah en vroeg Hem dat hij verheven mocht zijn boven dit boosaardige volk. Allah verhoorde zijn gebed en zond Zijn geëerde engelen die aan Ibrahim voorbijkwamen en hem informatie gaven, dat hij de vader van een kundige zoon zou worden. Zij vertelden hem ook over de missie die zij in S***m uit te voeren hadden.
Allah ta'ala zei:
"(Ibrahim zei): 'Met welk doel zijn jullie gekomen, o boodschappers?' Zij zeiden: 'Wij zijn tot een volk gestuurd dat misdadig is; om stenen van gebakken klei naar hen te sturen.' Getekend door jullie Heer voor de overtreders."
[Qs Ad-Dzariyat 51:31-34]
Allah ta'ala zei:
"En toen Onze boodschappers met goed nieuws tot Ibrahim kwamen, zeiden zij: 'Waarlijk, wij gaan het volk van deze stad vernietigen, waarlijk haar inwoners zijn onrechtvaardig.' Hij zei: 'Maar daar is Loeth.' Zij zeiden: 'Wij weten beter wie daar is, en waarlijk wij zullen hem en zijn familie redden - behalve zijn vrouw, zij zal tot degenen behoren die achterblijven.' "
[Qs Al-Ankaboet 29:31-32]
Allah ta'ala zei ook:
"Toen Ibrahim geen angst meer had en het goede nieuws hem bereikte, begon hij bij Ons te pleiten voor het volk van Loeth."
[Qs Hoed 11:74]
Ibrahiem wenste, dat het volk van Loeth berouw zou tonen, het juiste geloof zou aanvaarden en de zonden opgegeven die zij begingen. Daarom zei Allah Ta'ala:
"Waarlijk, Ibrahiem was, zonder twijfel, standvastig en riep Allah in nederigheid aan en was vol berouw. O Ibrahim, laat dit. Voorwaar, het bevel van jouw Heer is uitgesproken. Waarlijk, er zal een bestraffing komen die niet meer teruggedraaid kan worden."
[Qs Hoed 11:75-76]
De teerling is geworpen. O Ibrahim, je moet niet op deze manier spreken. De zaak werd door Allah beslist. Deze zondaars zullen Zijn harde straf ondergaan.
Allah ta'ala zei:
"En toen Onze boodschappers bij Loeth kwamen, was hij bedroefd voor hen en voelde zichzelf door hen in het nauw gedreven. Hij zei: 'Het is een verschrikkelijke dag.'"
[Qs Hoed 11:77]
De geleerden zeiden: "Toen de engelen, Jibriel, Mika'il en Israfil de Profeet Ibrahiem verlieten, gingen ze als knappe jongelingen naar S***m bij wijze van test van Allah. Zij vroegen aan Loeth hen als gasten te aanvaarden. Hij vreesde, dat, als hij weigerde iemand anders van het volk van S***m hen als gasten zou nemen, daar hij dacht dat ze menselijke wezens waren."
Al-Soeddie zei: "Toen de engelen de rivier van S***m bereikten, zij daar de dochter van Loeth ontmoetten. Zij was water aan het halen voor de familie. De engelen die in de vorm van mannen verschenen, vroegen aan haar of er iemand was die hun als gast zou willen nemen. Omdat ze bang was, dat de mensen uit haar stad hen zouden verleiden, vroeg ze hen te wachten en dat deden ze. Ze keerde naar huis terug en vertelde haar vader over de gasten. Ondanks het feit dat het volk van Loeth hem had verboden gasten te ontvangen, ging Loeth naar buiten en kwam met de engelen terug. Niemand wist iets van de gasten, alleen de familie Loeth. Zijn vrouw ging echter naar buiten en vertelde aan de mensen in de stad, dat Loeth enkele zeer knappe mannen, zoals nooit tevoren gezien waren, als gast ontvangen had."
Het volk van Loeth kwam al gauw naar hem toe, zoals Allah ta'ala zegt:
"En de inwoners van de stad kwamen zich verheugen. (Loeth) zei: 'Waarlijk! Dit zijn mijn gasten, beschaam mij dus niet.' En vrees Allah en breng geen schande over mij.' Zij zeiden: 'Hebben wij jou niet verboden iemand (te onderhouden, te beschermen)?' (Loeth) zei: 'Dit zijn mijn dochters, als jullie zo moeten handelen.' "
[Qs Al-Hidjr 15:]
Allah Ta'ala zei ook:
"En de mensen haasten zich tot hem, en sinds lange tijd plachten zij misdaden te bedrijven." [Qs Hoed 11:78] die nog bij hun vorige grote zonden kwamen.
Loeth sprak hen toe en zei:
"O mijn mensen! Hier zijn mijn dochters, zij zijn zuiverder voor jullie." [Qs Hoed 11:78]
Hier onderwijst hij hen om op wettige manier hun behoeftes te bevredigen door samen met hun vrouwen te zijn, die beschouwt worden als de dochters van Loeth, daar een profeet van een volk beschouwd wordt als de vader van een volk. Allah ta'ala zei:
"De Profeet is dichter bij de gelovigen dan zijzelf en zijn vrouwen zijn hun moeders."
[Qs Al-Azhab]
Dit vers houdt een verbod in homoseksualiteit te bedrijven en het getuigenis dat er wijze mensen waren in het volk van Loeth. Zijn volk antwoordde hem:
" 'Jij weet beslist wel, dat wij noch een wens noch een behoefte aan jouw dochters hebben, en jij weet beslist wel wat wij willen' Hij zei: 'Ik wenste, dat ik de kracht had om jullie te overweldigen of dat ik tenminste een krachtige ondersteuning had"
[Qs Hoed 11:79-80]
De Qur'aan interpretatoren vermeldden, dat Loeth achter de gesloten deur van zijn huis stond en bleef argumenteren met zijn volk om hen te stoppen, terwijl zij probeerden de deur te openen en naar binnen te gaan. Toen de zaak slechter werd, sprak hij de bovengenoemde woorden uit. Aldus beschreef Allah hun toestand, terwijl Hij zwoer bij het leven van zijn Profeet Mohammed saw zeggende:
"Waarlijk, bij jouw leven in hun wilde roes, lopen zij blind rond"
[Qs Al-Hidjr 15:72]