23/08/2024
2024-08-24
Vandaag bestaat de Internationale Geestesschool van het Gouden Rozenkruis 100 jaar. Zwier Willem Leene, die samen met zijn broer Jan Leene de school oprichtte, schreef bijna een eeuw geleden:
"Vrienden, het laatste wat de mens ontdekt is zichzelf.
De primitieve mens heeft de hemelen bestudeerd, maar eerst de moderne mens is begonnen de mysteriën van zijn eigen ziel te exploreren. Van de sterren kent men snelheid en baan, temperatuur en samenstelling en nog vele andere bijzonderheden; men is doorgedrongen in de wereld van het kleine, om ten slotte tot de ontstellende ontdekking te komen: er is geen stof. Dit is wel het meest dramatische moment, het grote en grootste keerpunt in onze wetenschap geworden, waardoor met een slag het gehele materialisme is komen te vallen: er bestaat geen stof; alles is energie, kracht, wellicht geest.
De begoocheling is echter volkomen. De huidige mens kan zich nog niet anders zien dan als zijn lichaam, hij vereenzelvigt zich daarmee en volgt de bevelen daarvan op. In die staat lijdt de mens nog niet ernstig, want hij kan zich op een dierlijke manier bevredigen.
Eerst wanneer de ziel zich in haar aardse gevangenis het goddelijk tehuis begint te herinneren, wanneer door liefde, schoonheid of waarheid haar eigen natuur ontwaakt, begint het lijden pas.
Dan wordt geboren die eeuwenlange strijd, waarin de mens zich tracht vrij te maken van de verstrikking in de zogenaamde stof, waarin hij zichzelf heeft gebracht door zich te vereenzelvigen met zijn lichaam. Dan raakt hij aan het grootste probleem in het menselijk leven: het bewustzijn van twee personen te zijn in een.
Daarom riep Goethe uit: "Twee zielen, helaas, wonen in mijn borst."
Wij allen zullen eens, vroeg of laat, met dat probleem te kampen krijgen. Maar laten we dan niet vergeten dat de mens in wezen goddelijk is. Als een zoon van God heeft hij deel aan de natuur van zijn vader en deelt zijn goddelijkheid. Maar in het goddelijk tehuis kan hij een les niet leren en daarom moest hij zijn bewustzijn concentreren in de wereld van de uiterlijke manifestatie, waar de antithese bestaat van ik en niet-ik. Allen daar kan het ego door middel van lichamen, samengesteld uit stof van die werelden, zelfbewustzijn verkrijgen, dat wil zeggen bewustzijn van zichzelf als afgescheiden individu.
In de goddelijke wereld, het ware tehuis van het ego, bestaat het onderscheid tussen zelf en niet-zelf niet, want daar zetelt ieder onderdeel in het bewustzijn van het geheel. In werkelijkheid zijn wij vonken van de goddelijke vlam. Wij bezitten een volmaakte liefde, wil en wijsheid. Vrienden, dit bewustzijn willen wij vasthouden. Stel uzelf open als een kanaal voor deze drie goddelijke krachten."
Geciteerd in "De vuurgloed van de ontstijging" van de auteur Peter Huijs, in het hoofdstuk Goden in ballingschap.