28/07/2026
Na de aanslag op de Pride in Berlijn
Religieuze zelfreflectie gevraagd
Wat een viering moest zijn van een kleurrijke samenleving sloeg zaterdag 27 juli jongstleden om in een nachtmerrie. Een waanzinnige reed in op deelnemers van de Pride in Berlijn en viel vervolgens mensen aan met een hakmes. De zwarte vruchten van zijn haat zijn één dode, negentwintig gewonden, en ontelbaren in angst en rouw gehuld.
Op social media worden verdriet, onmacht en boosheid gedeeld. Ook de stemmen die de oorzaak van deze ellende zoeken, laten zich niet onbetuigd. Niet altijd even verfijnd, maar dat zal niemand meer verrassen. Ik begrijp heel goed dat na zo’n grote schok de nuance niet altijd aanwezig is. Het hoort wellicht bij de verwerking, dus begrijpelijk maar uiteindelijk niet heilzaam.
In een van de reacties op het gebeuren werd de religies verweten de oorzaak te zijn. We kennen allemaal het riedeltje dat er zonder geloof geen oorlogen zouden zijn. Zelfs John Lennon zong erover… Imagine. Maar volgens mij hebben mensen geen geloof nodig om elkaar de hersens in te slaan. Dat hoort bij onze natuur. Het geloof wil in beginsel een leerplek zijn om beter mens te worden, om mens met mensen te zijn. Zoals in mijn geloof God het bedoeld heeft. Maar helaas, daar schieten we te vaak en te desastreus tekort.
De reactie op LinkedIn ging echter niet over oorlogen, maar over discriminatie. En ja, de stelling dat religies de oorzaak zijn van alle discriminatie is wel heel erg zwart-wit, maar daarom nog niet terzijde te schuiven als onzin. De schokkende aanslag en de informatie over de achtergrond van de gedode verdachte roepen m.i. religies en gelovigen op tot zelfreflectie. Niet om onszelf aan te wijzen als de schuldigen, maar om eerlijk te bezien welke rol wij spelen in de aanhoudende discriminatie van minderheden.
Toen ik (man) lang geleden trouwde met mijn man, ontvingen we uit kerkelijke hoek rouwkaarten met daarop de meest walgelijke verwensingen. Aangifte bij de politie leverde een telefoontje op van een diepbewogen burgemeester en een nerveus bezoekje van de voorzitter van de ‘zware’ kerk. Laatstgenoemde vond dat ik er niet vanuit mocht gaan dat de rouwkaarten uit hun kring kwamen. Ik ging daar ook niet vanuit, maar het voortdurend verkondigen dat homo’s niet zijn zoals God de mens bedoeld heeft, kan één waanzinnige onbedoelde legitimatie geven. Woorden doen ertoe.
Mijn aansporing tot zelfreflectie wordt nog weleens gezien als een aanslag op de vrijheid van godsdienst. Moet dan iedereen zich aanpassen aan mijn ideeën? Nee, allerminst. Het staat je zelfs vrij te geloven dat alles wat q***r is van de duivel is, dat vrouwen minderwaardig zijn, dat andersgelovigen zullen branden, dat de slavernij een goede zaak was, dat Joden alleen Jezus nog moeten erkennen, enzovoorts… Maar! Als je deze denkbeelden zaait, welke vruchten denk je dan te plukken? Welke wrange vruchten plukt de ander dan van jouw oordeel?
Ons kleine oordeel over elkaar is natuurlijk geheel anders dan een wit busje dat inrijdt op een feestende menigte. Maar het heeft wel degelijk met elkaar te maken. Zoals ik zei: het geloof wil in beginsel een leerplek zijn om beter mens te worden, om mens met mensen te zijn. Daarin beoordeel je je eigen zijn en niet dat van de ander. Vind je dat homo-zijn niet mag van God, dan geldt dat voor jou. De ander, in welk spectrum van de veelkleurige samenleving dan ook, is verantwoordelijk voor de eigen keuzes, de eigen weg. Dat heet vrijheid.
Ja, ik vraag om religieuze zelfreflectie. Laten we niet medeschuldig zijn aan een voedingsbodem voor haat, discriminatie en geweld. Integendeel, help elkaar om het samenleven tot een feest te maken, vruchtbaar en zegenrijk. Dat we elkaar niet verstikken met oordelen, maar voeden met de schoonheid en de kracht uit ons geloof en onze tradities. Want uiteindelijk is het een zaak van leven of dood. Dat klinkt zwaar, maar het leven kan doods bestaan worden als je gebukt gaat onder het oordeel van anderen, met angst over straat loopt, je weggezet weet om wie je bent, om je kleur, je geloof, je gender, je seksuele voorkeur.
Zelfreflectie vraagt wel om moed… maar als de goede vruchten geplukt worden, weet je dat het het waard was.