26/04/2026
In Mattheüs 28:11–15 zien we hoe het Sanhedrin opnieuw wordt geconfronteerd met een beslissende boodschap.
Tot drie keer toe worden zij in het evangelie van Mattheüs op de hoogte gebracht:
bij Jezus’ geboorte, bij Zijn dood (wanneer Judas belijdt dat hij onschuldig bloed verraden heeft) en nu weer, bij de opstanding, door de soldaten.
Opvallend is dat juist soldaten en het Sanhedrin worden ingeschakeld rondom de verkondiging van de paasboodschap.
Maar wat doet die boodschap?
Raakt die hun hart?
Raken zij in vuur en vlam?
Zet het hen in beweging, zodat zij de boodschap doorgeven?
En hoe is dat bij ons?
Het Sanhedrin ontneemt het volk de boodschap.
Het tegenovergestelde gebeurt dus.
Op de paasmorgen vergaderen ze opnieuw.
Ze willen niet toegeven dat ze fout zaten.
Dat Jezus werkelijk is opgestaan.
Hun agendapunt is pijnlijk duidelijk: hoe maken we de paasboodschap ongedaan?
Hoe zorgen we ervoor dat deze waarheid niet doorbreekt?
We moeten van Jezus af.
Ze grijpen naar een oud middel: geld.
Kerkgeld zelfs.
Ze kopen de soldaten om en zetten hen aan tot liegen. “Zeg maar dat jullie sliepen en dat Zijn leerlingen Hem gestolen hebben.”
Zo proberen ze de leugensteen weer voor het graf te leggen.
De duivel is er met zijn leugens weer bij.
Judas kreeg loon om Jezus in het graf te krijgen. De soldaten krijgen loon om Hem daar te houden.
Maar de waarheid laat zich niet opsluiten.
Paulus zegt: als Christus niet is opgewekt, is de prediking zonder inhoud.
En wie de opstanding niet gelooft, kan niet zalig worden, zo belijdt Athanasius.
Daarom komt de vraag dichtbij.
Heel persoonlijk.
Heb je geen levende verbinding? Is je hart koud? Dan sta je, hoe rechtzinnig misschien ook, aan de kant van het Sanhedrin. Dat is hoogmoed. Verharding.
Maar heb je je al overgegeven?
Heb je gebogen voor Jezus?
Want Jezus leeft.
Hij leeft in eeuwigheid.
En Hij maakt dode zondaren levend.
Dat is het bewijs dat Hij leeft.
De Heilige Geest werkt dat.
Dan komt er berouw over je oude leven.
Dan besef je: ik had mij eerder moeten bekeren.
En dan weet je één ding zeker: mijn ogen zijn open gegaan.
Ik ben met Christus gekruisigd, begraven en opgestaan tot een nieuw leven.
Alles is nieuw geworden.
Niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij.