17/04/2022
Bewijs voor de opstanding van Jezus!
De Bijbel leert dat Jezus de Zoon van God is en dat Hij voor de zonden van alle mensen is gestorven aan het kruis, maar dat Hij ook weer is opgestaan.
Op 33 jarige leeftijd werd Jezus in Judea gekruisigd tijdens het regeren van keizer Tiberius. Nadat Hij was gestorven aan het kruis werd Jezus begraven in een graf van een rijke Joodse leider (lid van de Raad) genaamd Jozef van Arimatea, die ook een discipel van Jezus geworden was. Zie: Matteüs 27:57.
Na de dood van Jezus kwamen er op zondagmorgen vroeg in de ochtend enkele vrouwen die Hem volgde, bij Zijn graf om Hem te zalven. Het waren Maria Magdalena, Joanna, Salome en Maria de moeder van Jacobus. Ze zagen dat de steen die voor zijn graf stond was weggerold. Plotseling was daar een aardbeving en verscheen er een engel. De vrouwen zagen ook dat het graf leeg was! Ze waren bang dat er iets was gebeurd met het lichaam van Jezus. Maar de engel vertelde iets wat onmogelijk leek. Hij vertelde dat Jezus uit de dood was opgestaan en dat Hij leefde!
De vrouwen gingen naar de discipelen van Jezus om hen te vertellen wat ze hadden gezien. Maar voordat ze bij de discipelen waren aangekomen, kwamen ze Jezus zelf tegen! Zij waren de eerste getuigen die met eigen ogen hadden gezien dat Jezus werkelijk was opgestaan! De weken daarna verscheen Jezus aan meer dan 500 mensen, om te laten zien en te bevestigen dat alles wat Hij en de profeten eerder gezegd hadden de waarheid was!
In de afgelopen 2000 jaar zijn er vele critici geweest, die bezwaren hebben tegen de opstanding van Jezus en hebben allerlei theorieën ontwikkeld over wat er gebeurd is met het lichaam van Jezus. Vele mensen geloven tot de dag van vandaag dat het té moeilijk is om de opstanding van Jezus te bewijzen. Maar er is bewijs genoeg!
Er zijn vele geschreven documenten gevonden. Documenten uit de eerste eeuw! Er zijn geschiedkundigen zoals, Plinius, Josephus en de Talmud die refereren aan het leven van Jezus, Zijn studies, Zijn kruisiging en Zijn opstanding!
Plinius de Jongere werd geboren in 62 na Christus en verwierf zich een naam als advocaat en staatsman, en bekroonde zijn ambtelijke loopbaan in het jaar 100 met het consulaat. Plinius was bevriend met keizer Trajanus. Hij werd in 112 na Christus stadhouder van Bithynia, toen de toestand er uit de hand dreigde te lopen en de financiële en politieke toestand dringende sanering behoefden. Trajanus verleende Plinius daarvoor consulaire bevoegdheden. Plinius overleed rond 113 na Christus. Zijn beroemdheid als schrijver dankt Plinius de Jongere echter vooral aan zijn verzameling brieven. Plinius treedt ons uit zijn brieven tegemoet als een ontwikkeld en humaan persoon, die ondanks enige oppervlakkigheid en ijdelheid, een sympathieke figuur blijft, en die zich uitstekend thuis voelt in zijn tijd.
Titus Flavius Josephus was een Romeins-joodse geschiedschrijver van priesterlijke en koninklijke afkomst. In zijn twee belangrijkste werken Oude geschiedenis van de Joden van circa 94 na Christus en De Joodse oorlog van circa 75 na Christus ligt het accent op de eerste eeuw na Christus, vooral op de Joodse opstand tegen de Romeinse bezetting in de periode 66-70 na Christus. Dat was de eerste Joodse oorlog die resulteerde in de vernietiging van Jeruzalem in het jaar 70.
Josephus schreef zijn werken in het Koinè-Grieks om voor een Romeins publiek de geschiedenis van de wereld vanuit Joods perspectief uit te leggen. Deze werken geven waardevol inzicht in het jodendom in de eerste eeuw en de achtergrond van het vroege christendom. Zelf hield Josephus zich aan de wet van Mozes en is Josephus één van de eersten buiten de evangelieschrijvers om die Jezus en zijn titel "Christus" heeft vermeld!
Daarnaast was er een man genaamd Ignatius van Antiochië. Hij leefde na de kruising van Jezus ongeveer 70 jaar. Hij was een pupil van de apostel Johannes en een betrouwbare kerkleider en wordt gerekend tot één van de apostolische vaders. Voordat hij om zijn geloof gemarteld en gedood werd schreef hij het volgende over Jezus: "Hij was veroordeeld. Hij was gekruisigd. Niet in een verschijning, niet in de verbeelding, niet in bedrog. Hij is echt gestorven, begraven en weer opgestaan"!
Een duidelijke verklaring over de opstanding van Jezus, geschreven tussen 8-20 jaar na de dood van Jezus lezen we in 1 Korintiërs 15:3-8. Daar schrijft Paulus: Want vóór alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften, en Hij is verschenen aan Kefas, daarna aan de twaalven. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie het merendeel thans nog in leven is.
Hoeveel meer bewijs wilt u hebben...?
We kunnen er niet omheen dat er vele getuigen waren die Jezus na Zijn opstanding hadden gezien! Deze zijn opgeschreven in de evangeliën, de brieven van Paulus en andere brieven in het Nieuwe Testament. Deze brieven dateren van 25 tot 60 jaar na de dood van Jezus. Als Jezus niet bestaan zou hebben of als Jezus niet zou zijn opgestaan, of als de informatie in deze documenten niet juist zou zijn, dan zouden zij die Jezus hebben gekend, inclusief zijn vijanden, absoluut in opstand zijn gekomen!
Petrus zegt in 2 Petrus 1:16: Want wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Here Jezus Christus hebben verkondigd, maar wij zijn ooggetuigen geweest van zijn majesteit!
Wij wensen u Gezegende Paasdagen met Hem die werkelijk is opgestaan!