27/02/2021
De vastentijd en de Werken van Barmhartigheid.
Wie aan de vastentijd denkt, denkt vaak aan het niet eten van dierlijke producten en het onthouden van het drinken van alcohol. Maar de vastentijd is veel breder dan dat. Het is een periode van bezinning.
Op Aswoensdag hebben we een askruisje gehaald als teken dat we allemaal mens zijn en onze tekortkomingen hebben. De vastentijd is er om ons weer te laten beseffen dat we ons moeten vasthouden aan de geboden van de evangelie. Daarom leggen we in deze periode graag de aandacht op de Werken van Barmhartigheid en roepen ook iedereen op om hier extra aandacht aan te besteden. Zeker in deze tijd van corona die veel eenzaamheid en lijden veroorzaakt. Het is dan belangrijk dat we naar onze naasten omkijken.
Alle hulp die we aan een ander geven die in nood verkeerd noemen we in de theologie ook wel een “aalmoes”. Het kan zijn dat die ander in lichamelijke nood is maar ook zeker in geestelijke nood. Het woord “aalmoes” komt van een Grieks woord dat “barmhartigheid” betekend.
Tegenwoordig denken veel mensen bij een aalmoes aan een gift in de vorm van geld. Maar een aalmoes is zo veel meer dan dat. Helaas zijn de geestelijke aalmoezen wat minder bekend.
Jezus roept ons in het evangelie zelf op om barmhartig te zijn tegenover mensen in nood. Als je een ander die in nood is hulp geeft, dan geef je eigenlijk de hulp van Jezus. In Mattheüs 25, 40 zegt Jezus: "Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van de minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.''
Iets daarvoor in Mattheüs 25, 35-36, geeft Jezus aan welke hulp je aan de ander moet geven: "Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen. Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was ziek en jullie hebben naar Me omgezien, Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe.''
In het evangelie van Mattheüs heeft Jezus dus zes werken van barmhartigheid opgesteld. Paus Innocentius III voegde er in 1207 nog een zevende werk aan toe. Zeven is immers het getal van de volmaaktheid. Innocentius III voegde er “het begraven van de doden” aan toe. Hij haalde deze uit het Bijbelboek Tobit 1, 17. Daarin worden ook twee werken genoemd die Jezus ook gaf, maar ook de zorg voor de doden: "Ik gaf brood aan de hongerigen en kleren aan de naakten; als ik het lijk van een volksgenoot buiten de muren van Nineve zag liggen, dan begroef ik het".
Samen zijn dit de Zeven Lichamelijke Werken van Barmhartigheid. Dit omdat ze zijn gericht op het lichamelijk lijden van de ander.
het spijzigen van hongerigen,
het laven van dorstigen,
het kleden van naakten,
herbergen van vreemdelingen,
bezoeken van zieken,
het bezoeken van gevangenen,
het begraven van doden.
In de middeleeuwen werden hier de Zeven Geestelijke Werken van Barmhartigheid aan toegevoegd. Deze zeven zijn er op gericht dat we ook mensen met geestelijk lijden moeten helpen.
de zondaars vermanen,
de onwetenden beleren,
de bedroefden troosten,
in moeilijkheden goede raad geven,
het onrecht geduldig lijden,
beledigingen vergeven,
voor de levenden en overledenen bidden.
Zoals we bij Aswoensdag al lazen hebben de Nederlandse bisschoppen ons de vrijheid gegeven om de 40 dagentijd onze boetedoening en het vasten naar eigen initiatief in te vullen. Maar het blijft een tijd waarin we tot ons nemen wat we nodig hebben en niet meer dan dat. Wat zou het mooi zijn als we deze periode ook gebruiken om ons weer extra bewust te maken van deze Werken van Barmhartigheid. Heb niet alleen medelijden met de ander maar doe een extra stap en deel met wat je kunt missen.