De eerste jaren na de droogmaking van het Haarlemmermeer in 1852, waren er nog geen kerkgebouwen in de polder aanwezig. Onder de rooms-katholieke inwoners ontstond de behoefte aan een eigen ruimte, waarin zij hun kerkdiensten konden bijwonen, want op zon- en feestdagen waren zij gedwongen om uit te wijken naar naburige gemeenten. Omdat Nieuw-Vennep nog steeds geen zelfstandige parochie was, werden
de diensten vanuit Hoofddorp verricht. In het zuidelijke gedeelte van Haarlemmermeer woonden inmiddels veel katholieken. Zij moesten voor hun diensten naar Hoofddorp, langs vaak slecht begaanbare wegen. Dit ongemak ontging de bisschop niet. Hij benoemde daarom op 10 april 1862 een kerkelijke commissie onder leiding van pastoor Boerkamp. Deze commissie had tot taak om de mogelijkheden te onderzoeken naar het stichten van een kerk in het zuidelijk gedeelte van Haarlemmermeer. Op 12 juni 1864 werd in alle kerken van het bisdom een schaalcollecte gehouden. De opbrengst bedroeg f 11.107,- en was bestemd voor de bouw van de parochiekerk in Nieuw-Vennep. Architect Molkenboer ontwierp de kerk en aannemer Middelkoop uit Alkmaar kreeg opdracht de kerk te bouwen. Op 14 juni 1865 legde pastoor Boerkamp de eerste steen. Op 22 juli 1865 werd kapelaan Joannes Jacobus Bruijstens tot (eerste) pastoor van Nieuw-Vennep benoemd. Hij zegende op 14 december 1865 de nieuwe kerk in. De naam van de parochie in Nieuw-Vennep werd Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen. De officiële erkenning van de nieuwe parochie vond plaats bij Koninklijk Besluit van 11 oktober 1865.