25/04/2026
❗️ *Het is belangrijk om dit bericht goed door te lezen!* ❗️
✨ Morgen om 11:00 uur is de gezinsdienst van Samen op Missie naar Albanië! 🇦🇱
Een missie doe je niet zomaar 💪
Hier gaat veel werk aan vooraf, tijdens én achteraf. Omdat er ook voorbereiding van de missie nodig was buiten de vaste momenten om, wordt er van jullie gevraagd om je goed voor te bereiden op de dienst 📖
👉 Lees daarom:
Nehemia 6:1-9
Toen Sanballat, Tobia, Gesem de Arabier en de rest van onze vijanden hoorden dat ik de muur herbouwd had en dat er geen gaten meer in zaten (hoewel de deuren nog niet geplaatst waren), stuurden Sanballat en Gesem mij deze boodschap:
“Kom, laten we elkaar ontmoeten in een van de dorpen in de vlakte van Ono.”
Maar zij waren van plan mij kwaad te doen.
Ik stuurde boden naar hen met de boodschap: “Ik ben bezig met een groot werk en kan niet komen. Waarom zou het werk stil komen te liggen omdat ik het verlaat om naar jullie toe te gaan?”
Vier keer stuurden zij mij dezelfde boodschap, en telkens gaf ik hun hetzelfde antwoord.
De vijfde keer stuurde Sanballat zijn knecht naar mij toe met een open brief in zijn hand. Daarin stond geschreven:
“Onder de volken wordt gezegd, en Gesem bevestigt het, dat jij en de Joden van plan zijn om in opstand te komen; daarom bouw je de muur. Volgens deze berichten wil jij hun koning worden, en heb je zelfs profeten aangesteld om in Jeruzalem over jou uit te roepen: ‘Er is een koning in Juda!’ Nu zullen deze berichten de koning bereiken. Kom daarom, laten we samen overleggen.”
Maar ik stuurde hem dit antwoord: “Er is niets waar van wat je zegt; je verzint het zelf.”
Zij probeerden ons allemaal bang te maken en dachten: “Hun handen zullen verslappen, zodat het werk niet voltooid wordt.”
Maar ik bad: “Maak nu mijn handen sterk.” 🙏
Jona 1:1-3 en 3:1-3
De HEER richtte zich tot Jona, de zoon van Amittai:
“Ga naar de grote stad Ninevé en kondig haar ondergang aan, want Ik heb gezien hoe slecht haar inwoners zijn.”
Maar Jona maakte zich gereed om naar Tarsis te vluchten, weg van de HEER. Hij ging naar Jafo, vond daar een schip dat naar Tarsis zou varen, betaalde de overtocht en ging aan boord om met hen mee te varen, weg van de HEER.