07/01/2026
EEN KWESTIE VAN CONTRAOBSERVATIE
De schemering viel in toen ik het pad van de Joodse Begraafplaats opreed, waar ik sinds 2017 de dienstwoning bewoon. Zoals altijd zette ik de auto stil voorbij het toegangshek. De grote metalen poort gaat ’s nachts altijd dicht. Een routine die ik doorgaans gedachteloos uitvoer.
Deze keer viel mij op dat er langzaam een zilvergrijze BMW X3 voorbijgleed, richting het dorp. Achter het stuur zat een Marokkaans ogende dertiger met pet en nog iemand naast hem. Twee mannen, hun blikken mijn kant op, te lang om toevallig te zijn.
Instinctief liep ik naar de weg om de auto na te kijken. In de verte bij Het Rechthuis, zo’n tweehonderdvijftig meter verderop, zag ik de remlichten aangaan. De BMW keerde om en kwam terug.
Ik ging iets meer naar de muur staan en hield me stil, terwijl de auto langzaam voorbijreed. Mijn zintuigen stonden op scherp. De mannen tuurden het pad op, alsof ze iets of iemand taxeerden. De auto versnelde maar sloeg tweehonderd meter verder linksaf een landweg op, richting een boerderij. Even dacht ik dat ik me had vergist en dat dit hun bestemming was.
Maar nauwelijks tien meter verder stopte de auto. De achteruitrijlichten gingen aan en de BMW draaide achteruit de weg weer op. Toen ze achter een rij bomen even uit het zicht waren, stak ik snel de weg over en zocht daar dekking achter een boom. Het was ijzig koud maar daar voelde ik niks van.
De BMW verscheen vanachter de bomenrij, opnieuw langzaam rijdend, de mannen het pad op spiedend. Op het moment van passeren, stapte ik naar voren en greep naar het portier van de bijrijder. Net te laat. De auto reed iets te snel. Met mijn knokkels kon ik nog net op het zijraam kloppen.
De BMW stopte abrupt. Het raam zakte omlaag. Achter het open raam keek een forsgebouwde man mij met open mond aan. De man achter het stuur keek grijnzend mijn kant op en riep: “Politie!” Waarop hij vervolgde “U bent scherp, meneer. We houden Joodse objecten extra in de gaten. We vroegen ons af waarom er op dit tijdstip een auto de begraafplaats opreed.”
Ik knikte: “Ik begrijp het en ben zelf ook scherp op verdachte situaties.” De spanning zakte weg. De agenten wensten me een goede avond, het raam schoof omhoog en de BMW reed rustig weg, de duisternis in.
Ik liep terug het pad op en deed het hek op slot. Deze keer iets alerter dan anders.