20/07/2025
Psalm 130 (Katholieke Willibrordvertaling 1975).
1Een bedevaartslied van Salamo. Uit afgronden roep ik U, Heer; 2hoor mij, Heer, ik blijf vragen. O, mocht uw oor het verstaan hoe ik schrei om erbarmen. 3Onthield Gij de schulden, o God, wie hield stand in uw oordeel? 4Doch vergeving is er bij U, want zó wilt Ge gevreesd zijn. 5Ik wacht de Heer, ik wacht Hèm, ik hoop op zijn belofte: 6stil verbeid ik de Heer, meer dan wachters de morgen, zij die wachten de morgen. 7Dat Israël wachte de Heer; want bij de Heer is genade, kwijtschelding bij Hem menigvuldig. 8Hij is het die Israël kwijtscheldt al wat het aan schuld heeft.
Dit is een bedevaartslied van Salamo. Hij roept vanuit de afgrond tot God. Maar waarom roept hij vanuit de afgrond? Zat hij in de knel of zat hij erg met zichzelf? Blijkbaar...! Daarom zegt hij in vers 2: hoor mij, Heer, ik blijf vragen. Ja, hij blijf zeker vragen omdat hij weet dat God hem kan helpen en bevrijden van alle leed of narigheid waar Salamo nu in verkeerd. Als je vers 2 verder goed leest dan zegt Salamo; O, mocht uw oor het verstaan hoe ik schrei om erbarmen. Dit wil zeggen, dat hij huilde om Gods genade en Zijn ontferming. Hij huilde om Gods medelijden dat Hij naar Salamo omziet.
Als je dit nu omdraait en jezelf met je eigen dingen waar je nu mee zit in Salamo's plaats ga staan, hoe is en zit het dan? Kun je jezelf hierin terug herkennen. Zonder het feit met dat je nu wilt zeggen van; ja, maar mijn eigen zorgen zijn niet te vergelijken met die van Salamo. Ja, dat geloof ik graag, want dat zal niet hetzelfde wezen. En toch kunnen er vergelijkbare dingen in zitten. Je moeite, de strijd die je elke dag maar weer moet geven. De energie die je constant hieraan verliest, want er komt geen energie bij. Dan kan je hieraan zien dat er heelveel zaken hetzelfde zijn.
Maar Salamo erkent ook zijn eigen schuld hierin. Hij zegt in vers 4: Doch vergeving is er bij U,
Ja, hierin kunnen wij ook zien dat Salamo ook erkend dat hij ook schuldig aan is aan bepaalde zaken waar hij zelf zondig in was geweest. En dit geeft hij ook aan bij God. En misschien kwam het daar wel door dat hij diep was verzonken in zijn donkere put van ellende. Hier kunnen wij allemaal ook een les uit nemen, want dit is ook geen gemakkelijk ding om te doen om schuld te bekennen als wij ook echter schuldig aan iets zijn geweest. Salamo kwam er gewoon voor uit en dat was geen gemakkelijke opgave om te doen. En hoe staan wij hier nu in als wij schuldig aan zijn als we eenn ander flink pijn hebben gedaan of iemand zeer in de grond hebben getrapt of als we denken dat iemand schuldig aan iets is geweest en het uiteindelijk het niet was? Vragen wij dan aan diegene om vergeving? Of doen we net alsof dat wij diegene zo hebben behandeld als een schuldige. Maar om vergeving vragen aan God dat lijkt ons vaak gemakkelijker dan als het face to face moet gebeuren. Salamo vroeg dit dan ook aan God, maar niet omdat het gemakkelijker is, maar omdat hij oprechte berouw had. En dat gaat dieper van alleen spijt betuigen. Omdat hij in vers 5 zegt: Ik wacht de Heer, ik wacht Hem, ik hoop op Zijn belofte. Hier spreekt Salamo over dat hij echt gelooft, dat God hem zal vergeven omdat hij op Gods belofte vertrouwd. Nu aan ons allemaal de vraag: Doen wij dat ook? Op Gods belofte vertrouwen en te hopen. Want ook Psalm 130 spreekt over hoop en op Gods belofte aan iedereen die zoekende is, of aan twijfelaars die teveel aan zichzelf twijfelen, er is sprake van hoop, ondanks met wat je gedaan hebt. God is vergevingsgezind aan iedereen die inziet dat we zwak, pijn, moeite, schaamte, vernedering, of altijd in moeilijkheden komen, of juist ook als je niet echt mee kan komen met de rest die je kent, dus dan spreken we over het niet accepteren of respecteren van jezelf. Ja, de moeilijkheden zoeken vaak een doorgang om in ons leven te breken of soms zoeken we de problemen op door bepaalde keuzes te maken waar grote risico's aan kunnen zitten. Dan zijn we dus schuldig aan de dingen die zouden kunnen gebeuren als het uitkomt. En dan kunnen wij geen vinger gaan wijzen naar de ander. Dan alleen onszelf. Maar dan kunnen we net als Salamo om de vergeving afsmeken bij God. En om heling vragen. En op Zijn trouw blijven hopen. Wat is dit mooi en rijk als wij dit mogen weten en begrijpen. En het van Hem het verwachten. Dus hoe fout jij ook was, of dat je door een ander in de problemen kwam, of dat je niet tevreden bent om wie of wat je bent. Niets is voor God te vreemd, want Hij doorziet alles en Hij kent onze harten. En daarom alleen al wil Hij in ons wonen en werken, zodat wij onszelf weer waardig en goed voelen. Net zoals Salamo. Hij wist het al. En nu de vraag aan jou: Weet jij dit nu ook?