07/09/2026
De Vader die de Zoon
een beker reikt,
tot aan de rand gevuld
met bitterheid,
die Hem benauwt,
tot wanhoop drijft.
Het water dat Hem
aan de lippen staat,
een zee van zonden
die Hem angstig maakt.
Hij gaat ons voor,
Hij draagt ons door
het lijden heen.
Zie hoe Hij aan ons lijdt,
voor ons strijdt, de beker drinkt.
Wie zijn wij, dat Hij de dood
in diepe nood en angst verdrinkt?
De schaduw van de dood
valt in de hof,
waar Jezus worstelt
met de wil van God:
de beker gaat Hem
niet voorbij.
De diepte van zijn lijden,
angst en pijn,
is dieper dan ons lijden
ooit zal zijn.
Hij gaat ons voor,
Hij drinkt ons door
het lijden heen.
Zie hoe Hij aan ons lijdt,
voor ons strijdt, de beker drinkt.
Wie zijn wij, dat Hij de dood
in diepe nood en angst verdrinkt?
De Zoon die ons het brood,
de beker reikt;
ons in zijn liefde
en gemeenschap leidt,
gedenken wij in
brood en wijn.
Wij drinken door zijn dood
het leven in:
een zee van liefde
schept een nieuw begin.
Nooit meer alleen,
met Jezus één,
totdat Hij komt.
Al wie dorst, wordt getroost
in het brood, de beker wijn.
Neem het brood, proef van de wijn;
gedenk dat wij vergeven zijn.
De Vader die zijn kind
een beker reikt,
die overstroomt
van goedertierenheid:
de wijnstok bloeit,
de beker vloeit
in eeuwigheid.