26/05/2026
Zo af en toe laat een uitvaart een diepe en onuitwisbare indruk bij me achter. Het afscheid van Cyrille, zo’n twee jaar geleden, was er zo een.
Zijn hele leven was mijn oude buurjongetje - hij was een paar jaar jonger dan ik - anders dan wat ze bij ons in het dorp “normaal” vonden. Cyrille kraakte woningen, woonde in fabriekspanden, zwierf door Europa en leefde soms maanden achtereen in de vrije natuur. Hij was ook nog eens bereslim, zachtaardig, dromerig, humoristisch, oprecht en sociaal. En hij weigerde zich dus te conformeren. Een ware rebel. En dat was precies waarom ik hem altijd zo tof vond.
Cyrille deed het leven op zijn manier. En dus, toen hij wist dat hij niet lang meer te leven had, riep hij me bij zich in het hospice. ‘Ik wil mijn afscheid in een bos’, zei hij. ‘Op een vrije plek. En geen bloemen, ik wil dat iedereen iets meeneemt uit de natuur.’ Tijdens zijn laatste drie maanden was ik regelmatig bij hem. Stap voor stap componeerden we zijn afscheid bij elkaar. We huilden. We lachten. Haalden herinneringen op. En daar tussendoor regelde ik het prachtige voedselbos van Babbe in Chaam, zorgde voor een legertruck uit 1942 om hem in te vervoeren - zijn kist van onbewerkt populierenhout voorin, zijn familie naast hem - en samen met zijn moeder regelde ik een heerlijk Indisch buffet bij zijn lievelingsrestaurant. Cyrille zelf zorgde voor een prachtige playlist met zijn eigen drum & bass mixen.
En toen was daar de dag van zijn afscheid. Het had geregend en de mensen die hem lief hadden vormden een haag in het wat drassige bos. Er brandde vuur in een vuurplaats. In plaats van bloemen brachten mensen een stuk natuur mee uit eigen tuin. Er waren toespraken, mooie foto's en een kring van één en al liefde. Op zijn rouwkaart prijkte de tekst 'F**k normality'. Zijn afscheid was precies zoals hij het wilde. En mijn vriendin en ik vonden troost bij elkaar.
Fotografie door Saskia Moerman Fotografie.