02/04/2026
Goede Vrijdag is de vrijdag voorafgaand aan Pasen. De Kerk herdenkt op deze dag dat Jezus Christus werd gegeseld en aan het kruis stierf om de mensheid te verlossen.
De gebeurtenissen van Goede Vrijdag komen in de vier evangeliën in grote lijnen overeen. De Joodse schriftgeleerden, aangevoerd door hogepriester Kajafas, beschuldigen Jezus van godslastering. Aangezien zij Jezus dood wensen, en zij hem als Joden zelf niet ter dood mogen brengen, leveren zij hem uit aan Pontius Pilatus, de Romeinse prefect van Judea.
Het valt Pilatus zwaar om Jezus te veroordelen. Meerdere malen maakt hij de Joodse aanklagers duidelijk geen schuld te kunnen vinden in deze zogenaamde 'koning der Joden'. Hij laat de Joden zelfs kiezen tussen de vrijlating van Jezus of die van de gevreesde rover Barabas. De menigte kiest voor Barabas. Pilatus laat Jezus dan geselen, en toont hem, getooid met doornenkroon en purperen kleed, aan de menigte: "Zie, de mens" (Latijn: Ecce homo). De menigte heft daarop een dreigend "Kruisig hem" aan. Uiteindelijk geeft Pilatus toe: Jezus zal aan het kruis ter dood worden gebracht. Gelaten wast de Romein zijn handen, zeggende "Ik ben onschuldig aan dit bloed. U moet het zelf maar zien" (Mt. 27,24).
Jezus begint na het oordeel van Pilatus aan zijn gang naar de berg Golgatha, die even buiten de stad ligt. Hij wordt beschimpt en mishandeld door de soldaten die hem meevoeren.
De laatste woorden die Jezus aan het kruis spreekt zijn niet in alle evangeliën gelijk. Lucas laat Jezus de geest geven met de woorden: "Vader, in uw handen leg ik mijn geest". Volgens Johannes, die veel nadruk legt op de vervulling der Schrift door deze gebeurtenissen, sterft Jezus terwijl hij zegt: "Het is volbracht". Dit is een verwijzing naar de laatste regel van Psalm 22.
Nadat Jezus, de Zoon van God, aan het kruis is gestorven, komt de natuur in opstand: de zon wordt verduisterd, de aarde beeft en het voorhangsel van de tempel scheurt doormidden.