Karmel Gent

Karmel Gent Hartelijk welkom! Te midden van deze drukke wereld, ontvangt onze ka**elieten-gemeenschap je graag in de stilte van kerk en klooster.

- Maan- tot vrijdag: Eucharistie om 18u15.
- Zaterdag: Eucharistie om 17u00.
- Zondag: Ochtendgezangen in de kerk om 09u30.
- Zondag: Hoogmis om 10u00.
- Eerste donderdag van de maand: ka**elitaans gebedsuur om 19u00.
- Biechtgelegenheid: donderdag 14u30-17u30; vrijdag 9u00-11u30

Homilie van P. Lukas Martens op de 23ste zondag door het jaar:Hoe de wereld veranderen?Laat mij beginnen met het gegeven...
06/09/2026

Homilie van P. Lukas Martens op de 23ste zondag door het jaar:

Hoe de wereld veranderen?

Laat mij beginnen met het gegeven dat wij leven in een tijd waar oorlogen escaleren en waar het slecht gaat met de natuur. We kijken toe en stellen ons de vraag: wat kunnen wij daaraan doen? Het antwoord op die vraag is niet zo duidelijk, maar we kennen wel de spreuk: wil je de wereld veranderen, begin dan bij jezelf. En ook de lezingen van vandaag zetten ons aan het werk om iets te doen: ons verantwoordelijk weten voor de ander, ons het lot van de ander aantrekken, niet zwijgen als we met onze stem iemand kan helpen, als we zien dat iemand in zijn ongeluk loopt, hem trachten tegen te houden. En tenslotte: bid voor de ander, bid eensgezind met elkaar. Dit programma bekijken wij even vanuit de lezingen van vandaag.

Ezechiël

God roept de profeet Ezechiël op om wachter te zijn: iemand die op uitkijk staat bovenop de stadsmuur om direct op de hoorn te blazen van zodra er zich een vijand aanmeldt in de verte. Hij is als een herder die voortdurend rondkijkt om te zien of er een wolf aankomt die de kudde kwaad zou kunnen doen. Hoeder van je broeder en zuster zijn, is een grote opdracht. Attent zijn voor iets dat de ander kwaad kan doen en de ander daarvoor waarschuwen. Dat mogen we echte liefde noemen, het eerlijk bekommerd zijn om het geluk van de ander. Ouders doen dit spontaan, denk ik. Mensen met verantwoordelijkheden in een gemeenschap zouden dit ook moeten doen. En misschien is deze vorm van liefde ook de moeilijkste: het terechtwijzen van de ander. Dit kan alleen maar op een goede manier gebeuren als we het geluk van de ander beogen, hem willen behoeden voor kwaad en erger.

Psalm 95

We hebben psalm 95 gehoord. Met deze psalm begint elke dat het getijdengebed: luistert heden naar Gods stem, wees niet halsstarrig. Ja, het volk in de woestijn is halsstarrig geweest. Ze hebben de wondere daden van de Heer gezien bij de uittocht uit Egypte, maar toch vragen ze zich af: is de Heer nu met ons of niet? Heeft Hij nu nog altijd ons geluk voor ogen of laat Hij ons gewoon over aan ons lot, laat Hij ons zomaar in het ongeluk lopen? God vraagt ons vertrouwen. En vertrouwen vraagt dat we blijven luisteren en blijven gehoorzamen. Dit is het eerste gebod van Israël: Hoor, Israël, gij zult de Heer uw God beminnen. En vertrouwen steunt altijd op een ervaring. Als wij hier samen zijn, dan komt dat omdat ieder van ons iets heeft ervaren dat de moeite waard is om ons verdere leven richting te geven. Maar dat vertrouwen vraagt dus om elke dag opnieuw te kiezen voor de Heer, elke dag weer te luisteren naar zijn stem. Daartoe willen wij elkaar aansporen. Naar wie zouden wij gaan, uw woorden, Heer, zijn woorden van eeuwig leven.

Liefde voor de naaste

En wat het fundament van ons vertrouwen is, heeft Paulus uitgeschreven in de eerste hoofdstukken van zijn Romeinenbrief. Vanaf hoofdstuk 12 in die brief toont hij aan hoe wij als christen kunnen leven in een niet-christelijke wereld. Wijd uzelf aan God toe als een geestelijke offerande, zo hoorden wij vorige week. Nu legt Paulus uit dat alles neerkomt op de liefde voor de naaste. De wet onderhouden is veel meer dan geen kwaad doen, het is daadwerkelijk de naaste beminnen.

Onder vier ogen

En tenslotte het evangelie: ook Jezus heeft het over de terechtwijzing van een broeder of zuster en daarvoor geeft Hij verschillende stappen aan. Eerst komt altijd het met de ander spreken onder vier ogen. Met elkaar spreken over iemand anders gaat vanzelf, roddelen over iemand kost ons geen moeite, maar een eerlijk gesprek hebben met de persoon zelf, dat vraagt veel moed. ‘Als hij niet wil luisteren…’ zo luidt het refrein bij de volgende stappen. Uiteindelijk moeten we die persoon beschouwen als een heiden of een tollenaar. Mattheus zelf was een tollenaar. Iemand zó beschouwen betekent helemaal niet dat we met die persoon breken of hem de deur wijzen. Nee, het gaat om het respect voor zijn vrije keuze in de hoop dat hij toch nog tot inzicht komt of als een verdwaald schaapje door de herder teruggebracht wordt. En belangrijk blijft de oproep om voor die persoon te blijven bidden. Daarom beëindigt Jezus dit stukje over de broederlijke terechtwijzing met de aansporing tot gebed.

Ze zullen het verkrijgen van mijn Vader

Om te besluiten laat ik deze woorden van Jezus nog eens horen: waar twee van u eensgezind op aarde iets vragen, het moge zijn wat het wil, zullen ze het verkrijgen van mijn Vader die in de hemel is. Want waar twee of drie verenigd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in hun midden. We mogen geloven dat de Heer hier in ons midden is. Laten wij dan met vertrouwen bidden, en zo ons steentje bijdragen aan het stoppen van geweld, dichtbij en veraf en ik denk dat ook het behoud van ons gemeenschappelijk huis daar baat bij zal vinden.

( J.D. Penrose - Presence in the midst)

Ka**elitaans gebedsuur - augustus 20262. De heilige Thérèse heeft mooie dingen gezegd over het geestelijk kind zijn. 2.1...
04/09/2026

Ka**elitaans gebedsuur - augustus 2026
2. De heilige Thérèse heeft mooie dingen gezegd over het geestelijk kind zijn.

2.1. Zij schreef een brief aan Marie, haar zus en meter, over wat zij in haar retraite mocht ervaren:
‘Jezus wil mij de enige weg tonen die naar de goddelijke Vuuroven leidt; het is de weg van de overgave van een klein kind dat zonder angst insluimert in de a**en van zijn vader. Als alle zwakke en onvolmaakte zielen eens zouden voelen wat de kleinste van alle zielen voelt, namelijk die van je kleine Thérèse, dan zou geen enkele ziel meer de hoop verliezen eens de top van de berg van de liefde te zullen bereiken. Jezus vraagt immers geen grote daden, maar alleen overgave en dankbaarheid. Hij heeft onze daden niet nodig, maar alleen onze liefde. God schrok er niet voor terug om wat water te vragen aan de Samaritaanse vrouw. Hij had dorst. Toen Hij zei ‘geef mij te drinken’, vroeg de Schepper van het heelal zijn a**e schepsel om liefde. Hij dorstte naar liefde.’

In een brief aan Céline schreef zij: ‘hoe a**er je zal zijn, hoe meer Jezus van jou zal houden.’ Hoe kleiner men zich dus maakt, hoe gemakkelijker Jezus ons in zijn a**en kan nemen; hoe dieper men afdaalt in het dal van de nederigheid, hoe meer men mag schuilen in het hart van God. Thérèse verlangt ernaar een ‘atoom’, een eenvoudige dauwdruppel te zijn, om zich gemakkelijker te verliezen in het verterende vuur van de goddelijke Liefde. Maar wanneer zij zich ziet als een kleine ziel is het ook omdat zij beseft niet veel te betekenen in vergelijking met de heldhaftige daden van de grote heiligen, en zeker vergeleken met de dwaasheden van liefde die Jezus heeft verricht. Zij moet er zich tevreden mee stellen de Heer heel gewone daden aan te bieden – de kleine offers en de bescheiden ontzeggingen die het kloosterleven met zich meebrengen – en door daarin zoveel mogelijk liefde te investeren. ‘Een spelt oprapen uit liefde kan een ziel bekeren’, is één van haar gekende uitspraken.

Twee maanden voor haar dood vroeg mère Agnès aan Thérèse wat het betekent ‘een klein kind te blijven voor de goede God’. Ziehier haar antwoord: ‘het is zijn nietigheid erkennen, alles van de goede God verwachten, zoals een klein kind alles verwacht van zijn vader; het is zich nergens zorgen over maken, geen fortuin najagen. Zelfs bij de a**en geeft men aan het kind wat het nodig heeft, maar van zodra het groot is wil de vader het niet meer voeden en zegt hem: ‘ga nu zelf werken, je kan nu voor jezelf zorgen’. Het is om dit niet te horen te krijgen dat ik niet groot wou worden, mij onbekwaam voelend voor mijn levensonderhoud in te staan, en voor het eeuwig leven in de Hemel: ik ben dus heel klein gebleven.’ Maar tegelijk voegt Thérèse eraan toe dat het kleine kind ook diegene is die zijn offers aanbiedt in de mate zij daar de gelegenheid voor krijgt: ‘ik ben dus altijd klein gebleven, vermits ik geen andere bezigheid heb dan bloemen te plukken, bloemen van liefde en offer, om die aan de goede God aan te bieden om Hem plezier te doen.’ Maar onze offers, onze verdiensten zijn ook nog een gave van God. Thérèse zegt het zo: ‘klein zijn, dat is ook niet aan zichzelf de deugden toeschrijven die men beoefent, alsof men tot iets in staat zou zijn, maar erkennen dat de goede God deze schat in de hand van zijn klein kind legt, opdat het zich daarvan bedient wanneer het die nodig heeft, maar het blijft altijd de schat van de goede God.’ En haar uitleg over het kind zijn beëindigt zij zo: ‘uiteindelijk betekent klein zijn: zich niet laten ontmoedigen door zijn fouten, want kinderen vallen dikwijls, maar zij zijn te klein om zich veel pijn te doen’ (CJ 6.8.8).

2.2. Uit de gedichten van Thèrése:
1. U die het hart van de moeders hebt geschapen, ik vind U de tederste van alle vaders. Jezus, mijn enige liefde, voor mij is Uw hart helemaal moederlijk. Op elk moment volgt U mij, behoedt U mij. Als ik U roep, talmt U nooit. En wanneer U zich voor mij schijnt te verbergen, dan bent U het nog die mij helpt om U te zoeken. Het is aan U alleen, Jezus, dat ik mij hecht. Het is in Uw a**en dat ik vlucht en mij verberg. Ik wil U beminnen als een klein kind, maar ook voor U strijden als een dapper krijger. Als een kind wil ik U overladen met mijn liefkozingen en als een soldaat werp ik mij voor U in de strijd.

2. Het is Uw Hart dat mij onschuldig verklaart en mij in die onschuld bewaart. U zal mijn vertrouwen nooit beschamen. Wanneer het stormt in mijn hart, dan richt ik mijn ogen op U. En in uw ogen vol mededogen lees ik: ‘mijn kind, de hemel heb Ik geschapen alleen voor U’. Dit besef ik goed, Heer, dat mijn zuchten en mijn wenen uw Hart raken. Hoewel serafijnen in de hemel U omringen, bedelt U om mijn liefde. U wil mijn hart, Jezus, ik geef het U. Al mijn verlangens vertrouw ik U toe. En hen die ik liefheb, o mijn Bruidegom en Koning, wil ik enkel nog beminnen uit liefde voor U.

3. Er is een vreugde die nooit voorbijgaat, die mij toelacht, elke dag. Die vreugde maakt mij diep gelukkig. Zij bestaat erin het lijden lief te hebben, ik glimlach terwijl ik ween. Ik aanvaard met dankbaarheid de rozen, ook al doen de doornen mij pijn. Wanneer de blauwe hemel zich voor mijn oog verbergt, is het mijn vreugde in de schaduw te blijven, mij klein te maken. O Jezus, mijn enige Liefde, Uw heilige wil, dat is mijn vreugde. Daarom ben ik nooit bang, ik hou evenveel van de nacht als van de dag.

4. Mijn vreugde bestaat erin om klein te blijven, ook als ik val onderweg. Dan kan ik mij vlug weer oprichten en U, Jezus, neemt mij bij de hand. Dan overlaad ik U met liefkozingen en zeg ik U dat U alles voor mij bent, ook als U zich voor mijn geloof verbergt. (Als ik soms tranen stort is het mijn vreugde die goed te verbergen. Och, het lijden heeft zijn eigen cha**es, wanneer men ze met bloemen kan versluieren!) Ik wil lijden zonder er over te spreken opdat U getroost zou zijn. Mijn vreugde bestaat erin onophoudend te strijden om uitverkorenen te verwekken voor Uw Liefde.

2.3. Uit het gedicht: Tot het heilig Hart van Jezus. Trek mij in de brand van uw liefde, maak mij zo innig één met U dat U nog slechts leeft en handelt in mij.

Ka**elitaans gebedsuur - augutus 20261. RozenkransDe leerlingen bleven eensgezind volharden in het gebed, samen met Mari...
04/09/2026

Ka**elitaans gebedsuur - augutus 2026
1. Rozenkrans

De leerlingen bleven eensgezind volharden in het gebed, samen met Maria, de moeder van Jezus.

Op donderdagavond willen wij een uur waken bij de Heer. Waken is ook eigen zorgen loslaten om open te komen voor datgene waar de Heer bezorgd om is, aandacht te hebben voor zijn lijden en zijn pijn. We overwegen nu de blijde geheimen:

1ste: de engel Gabriël bracht de boodschap aan Maria en zij heeft ontvangen van de heilige Geest. In Jezus komt God ons menszijn delen, om ons op te nemen in Zijn goddelijke leven. Jezus komt om het leven van elke mens weer helemaal goed te maken en om ons terug t
e brengen naar onze oorspronkelijke relatie met God onze Schepper. Moge Maria voor velen de genade bekomen zich in geloof te openen voor deze blijde boodschap.

2de: Maria bezoekt haar nicht Elisabeth. Jezus laat zich door Maria naar Elisabeth brengen om zijn voorloper te heiligen. Moge Jezus doorheen Maria ook ons heiligen om er helemaal te zijn voor Hem, voor onze persoonlijke zending, opdat Hij in ons groter wordt en wij kleiner.


3de: Jezus wordt geboren in Bethlehem. In het duister van onze nacht, kom Hij ons verlichten, in de koude van ons hart, kom Hij ons verwa**en, in onze armzaligheid komt Hij ons rijk maken. Hij komt om weg te nemen alles wat ons van God gescheiden houdt. Hij smeekt ons: geef Mij een schuilplaats in jullie hart. Bidden wij met Maria voor het heilig Land, voor allen die er honger lijden en verdreven worden.

4de blijde geheim: Jezus wordt opgedragen in de tempel. Het was een pijn voor het hart van zijn Moeder. Haar hart zal worden doorstoken door een zwaard van smart. Vragen wij aan Maria ook ons aan de Vader op te dragen, om met Jezus te zeggen: Hier ben ik, o Vader, om Uw Wil te doen.

5de blijde geheim: Jezus wordt teruggevonden in de tempel. Waarom hebt gij naar Mij gezocht? Wist je niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen van mijn Vader? Jezus wist hoeveel pijn zijn Moeder leed, maar zo bereide Hij Haar voor op wat Zij ooit onder het kruis te lijden zou hebben. Bidden wij voor mensen die de pijn voelen door God verlaten te zijn, voor ouders wiens kinderen eigen wegen gaan, voor allen die lijden onder gemis en verlies.

Homilie van P. Lukas Martens op de 22ste zondag door het jaar:Zoiets mag u nooit overkomen!We hebben gehoord hoe Petrus ...
30/08/2026

Homilie van P. Lukas Martens op de 22ste zondag door het jaar:

Zoiets mag u nooit overkomen!

We hebben gehoord hoe Petrus zij: “”Dat verhoede God, Heer, zoiets mag u nooit overkomen! “Hij wil Jezus alle leed besparen. En zo zijn wij ook. Wij willen niet dat onze medemens geconfronteerd wordt met een ernstige bedreiging. “Heer, zoiets mag u nooit overkomen, vervolgt Petrus. Moge God dat verhoeden”. En toch is Jezus niet akkoord. Hij gebruikt zelfs één van zijn hardste woorden dat heel duidelijk te maken: ”Ga weg satan, terug, gij zijt Mij een aanstoot. Gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.” Het moet hier dus om iets belangrijk gaan. Jezus heeft veel wonderen en machtsdaden verricht, maar het is niet daardoor dat Hij de mensen heeft verlost. Wel door zijn gehoorzaamheid aan de Vader en door zijn solidariteit tot het uiterste met ons mensen. Nee, Jezus zal zichzelf niet redden. We horen spottende woorden wanneer Jezus aan het kruis hangt: “anderen heeft Hij gered, maar zichzelf kan Hij niet redden. Als Hij de Messias is, laat Hij dan afkomen van het kruis, dan zullen wij geloven”.

De weg van het lijden

Jezus kiest resoluut voor de weg van het lijden, voor het lot van een profeet. En dat is voor de leerlingen een harde noot om kraken. Het is langs de weg van de schijnbaar totale ondergang dat Jezus het wonder van de verlossing tot stand heeft gebracht. Hierin is Jezus een teken van tegenspraak. Hij handelt zo anders dan de mentaliteit van de wereld. Het evangelie roept weerstand op daar waar ‘het-zoveel-mogelijk-genieten’ één van de voornaamste geboden is geworden. Maar een samenleving die het lijden verdringt en ernaar verlangt dat de wereld een kermis is, die maakt dat iemand die in de moeilijkheden zit zich nog eenzamer en hulpelozer voelt.

Jezelf verloochenen en je kruis opnemen

Jezus keert zich naar zijn leerlingen en zegt: wil je Mij volgen, dan moet je jezelf verloochenen en je kruis opnemen. Moeilijke woorden. Jezelf verloochenen. Wat zou dat kunnen betekenen? Het doet mij denken aan Petrus die zijn meester verloochent. Petrus doet alsof hij Jezus niet kent. Jezus? Daar heb ik niets mee te maken, die ken ik niet! Die houding zouden we ook kunnen aannemen tegenover ons eigen ik, tegenover onze oude mens die liever de eigen wil volgt dan de wil van de Vader. Onze oude mens wil heel de wereld winnen, maar dat gaat ten koste van eigen leven. En dan zijn kruis dragen. Nee, liever geen last om mee door het leven te gaan, en toch heeft iedereen zijn rugzak. En wie Jezus wil volgen zal vaak tegenstroom moeten varen, keuzes maken die mensen vragen doen stellen, die aanleiding kunnen zijn tot spot. Denken we aan zoveel landen waar christenen vervolging lijden, louter en alleen omdat zij willen leven volgens het evangelie. Bij ons is vervolging wellicht veel subtieler, maar daarom niet minder ingrijpend.

Toewijding

Luisteren wij tenslotte nog eens naar de woorden van Paulus. De hoofdstukken 9 tot 11 uit zijn Romeinenbrief hadden het over de vaststelling dat zijn vroegere geloofsgenoten Jezus niet willen erkennen als de Messias. Zij blijven wel het uitverkoren volk, maar het feit dat zij Jezus afwijzen zet voor de heidenen de poort wijd open voor het geloof in Jezus. Dat maakt dat de heidengelovigen, en daar mogen ook wij ons bij rekenen, heel dankbaar mogen zijn en vanuit die dankbaarheid zichzelf moeten toewijden aan de Heer. En die toewijding houdt in dat wij ons gedrag afstemmen, niet op deze wereld, maar op de wil van de Vader zoals die duidelijk is geworden in Jezus. ‘Andere mensen worden met een nieuwe visie’, daarin ligt onze opdracht. Dat stelt ons in staat onderscheid te maken tussen menselijke overwegingen en wat God wil.

Lijden kan liefde worden

Jezelf verloochenen, je kruis opnemen, Jezus volgen in een seculiere maatschappij, dat kan lijden met zich meebrengen. Jezus nodigt ons uit om het onvermijdelijke lijden een plaats te geven in ons leven. We kunnen er een beter mens van worden. Verdriet en pijn kan mensen dichter bij elkaar brengen, het kan het edelste en het beste in ons naar boven halen. Lijden kan liefde worden, een liefde die wa**er en dieper is dan liefde in tijden van voorspoed. Maar daarvoor hebben wij de nabijheid en de steun nodig van medegelovigen en van onze Heer Jezus. Hij wil ons daartoe in deze Eucharistie tegemoet komen.

Openingswoord, homilie en voorbeden van P. Piet Hoornaert op de 21ste zondag door het jaarOPENINGSWOORDWanneer Jezus met...
23/08/2026

Openingswoord, homilie en voorbeden van P. Piet Hoornaert op de 21ste zondag door het jaar

OPENINGSWOORD

Wanneer Jezus met zijn leerlingen rondreist in de streek van Caesarea van Filippus, wil Hij weten wie Hij volgens hen is. Geen eenvoudige vraag,
want hoe kan je een vriend het best typeren? Toch slaagt Petrus erin om een antwoord te geven dat niet blijft steken in eenvoudige clichés.
Hij zegt namelijk : 'Jezus u bent de Christus, de Zoon van de levende God'.
Petrus heeft duidelijk de tijd genomen om écht naar Jezus te luisteren en om Hem te bewonderen om wat Hij doet.
Hij geeft dan een antwoord dat blijkbaar ‘to the point’ is, perfect. Maar voor Jezus gaat het niet over verstandelijke kennis, maar wel over ‘inzicht’ in de relatie met Hem. Hij is een God die ons denken openbreekt en vooral verbondenheid met ons aangaat en van daaruit met onze mede-mens.
Petrus wordt voor zijn antwoord door Jezus beloond met een duiding over wie híj is en wat híj zal betekenen voor de wereld. Hij krijgt een nieuwe naam met een levensopdracht om de rots zijn voor zijn kerkgemeenschap. Dat is een zalige, maar erg veeleisende – Goddelijke – opdracht!
Laten ook wij met aandacht luisteren naar Jezus' woorden en Hem elke dag – zoals Petrus - een beetje beter leren kennen.

KYRIE-LITANIE

Heer, uw trouw schenkt ons nieuwe kracht.
Heer, ontferm U over ons.

Christus, Gij zijt de Zoon van de levende God.
Christus, ontferm U over ons.

Heer, uw goedheid blijft duren zonder einde.
Heer, ontferm U over ons.

Moge de almachtige God zich over ieder van ons ontfermen,
onze fouten en tekorten vergeven
en ons leiden op de weg naar nieuw en eeuwig leven.

HOMILIE

Zoals Jezus het vroeg aan zijn apostelen, vraagt Hij het ook aan ieder van ons: "Wie zegt Gij dat ik ben?". Allen koesteren we een diep verlangen naar persoonlijke relaties, relaties die gekenmerkt worden door waarheid, echtheid en liefde. We zien uit naar echte vriendschap, ware liefde, een eigen gezin, persoonlijke levensvervulling. We zien als mens en als gelovige uit naar God die ons de diepste menselijke vervulling schenkt.

Ik ben verankerd in Jezus.

Als gelovige ervaren we het verlangen naar een zinvol leven, omdat we wij door God geschapen zijn naar zijn beeld en gelijkenis. God is de bron van ons leven, maar dat komt nu en dan in de verdrukking te staan. De hedendaagse cultuur neigt ernaar om God uit te sluiten en geloof als een pure privézaak te beschouwen.
De vraag is dan. Hoe kunnen we dan uitdrukken dat in ons leven God aan de bron daarvan staat? En ook hoe wij probéren te leven, zoals Hij het ingeeft in ons hart? Wel, om vandaag ervoor uit te komen dat je christen bent, is het heel belangrijk om een stevig fundament te hebben. Sint-Paulus spreekt van “geworteld te zijn in Christus”.
Christus is diegene die het initiatief neemt om ons als gelovige te vormen en te steunen. Geworteld in Christus: wat betekent dit? Volgens het Oude Testament betekent verankerd zijn, ons vertrouwen stellen op God, zoals Abraham dit deed door zijn land te verlaten. In het Nieuwe Testament wordt dit nog duidelijker.
We worden bovenal opgeroepen om een persoonlijke relatie met Jezus aan te gaan. Doorheen het gebed en de bevraging van Gods Woord, onthult Christus ons zijn ware identiteit. Hij geeft ons de aanzetten tot antwoord op zijn vraag: “Wie zegt Gij dat ik ben?".

Christus schenkt je rustige vastheid.

Door het geloof zijn we dus op Christus gebouwd, zoals een huis op een stevige fundering. Concreet betekent dat: Gods oproep met een "ja" beantwoorden, en zijn verlangen over ons aan te voelen en in praktijk brengen. Zo wordt Hij een vriend op onze levensweg die ons geloof verder verdiept en uitbouwt.
Dit alles geeft ons “rustige vastheid” (Herman Van Rompuy), een stabiliteit in het geloof. Toch zijn er kapers op de kust: er heerst een sterke secularisatie in Vlaanderen, die God naar de marge van het leven en de maatschappij wil verwijzen. Ook christenen zijn niet vrij van deze invloed. Dit was al zo in de eerste kerkgemeenschap.
Tot die christenen, beïnvloed door ideeën die vreemd waren aan het Evangelie, sprak Paulus over de kracht van Christus' dood en verrijzenis. Dit mysterie van liefde is het fundament van ons leven en de kern van ons christelijk geloof. Het nieuwe leven dat Christus ons aanreikt geeft ons standvastigheid in het geloof. De Heer zal ons ook voldoende kracht geven om authentiek christelijk te leven.

De H. Eucharistie schenkt je Jezus’ aanwezigheid.

Voor veel mensen is het tegenwoordig moeilijk geworden om tot Jezus te komen. Hoe kunnen we geloven als ik Hem niet gezien heb - zoals ook Thomas oppert? We zouden Jezus graag kunnen zien, met Hem praten en vooral zijn aanwezigheid voelen. Jezus en de Kerk reiken ons doorheen de sacramenten de kans om zijn tekens van liefde wérkelijk te ervaren.
Het sacrament van de eucharistie toont op een bijzondere wijze zijn aanwezigheid. Meer nog: Hij wordt voedsel voor onze pelgrimsreis door het leven. Elk sacrament is een oproep om een persoonlijke dialoog aan te gaan met Jezus Christus.
Ons persoonlijk geloof in Christus is ook verbonden met het geloof van de Kerk. We geloven niet als geïsoleerde individuen, maar door het doopsel zijn wij allen leden van een grote familie. Het geloof dat door de Kerk wordt beleden, versterkt ons persoonlijk geloof. Onze persoonlijke relatie met Christus wordt rijker door de verhalen van geloofsgetuigen uit het vroegere, maar ook uit het recente verleden.

Je wordt niet definitief afgerekend op je misstappen.

God houdt van mensen, van ieder mens. Het evangelie van vandaag laat zien, dat God en zijn Messias niet bezig zijn een soort elite te vormen, super gelovigen, de ware christenen. Het gaat hem om mensen die verantwoordelijkheid willen dragen door alles heen; m.a.w. zich niet laten ontmoedigen door de ellende, die je in je leven soms meemaakt.
Het gaat God om mensen die antwoorden met ‘ja’ tot Hem die voor mensen kiest. Natuurlijk maak je fouten, vlieg je zelfs uit de bocht zoals Petrus, maar daar word je niet definitief op afgerekend; je wordt er juist rijper door.
Prachtig verwoordt Jesaja dit in de eerste lezing. Kijk rustig naar het verleden, je kunt er bemoediging uit ontvangen, maar klamp je niet vast aan wat je bereikt hebt. Blijf niet treurig staan bij de scherven van gisteren, de puinhopen, woestijn of dorre grond, dat leven op deze aarde óók kan zijn. Overdrijft dit niet.
Luister naar Mij, m.a.w. blijf gespitst op wat naar je toekomt, wie naar jou omziet, jou op handen draagt. Die ‘wie’, God zélf, blijft wel ongrijpbaar voor onze menselijke natuur, soms onbegrijpelijk ook, zoals toekomst waar je je hand ook niet op kunt leggen. Maar God is wel 150 % te vertrouwen.

God werkt normaal steeds met kwetsbare, gewone mensen.

God werkt met gewone, kwetsbare mensen zoals Petrus en zijn opvolgers: u en ik. Jezus heeft dat zichtbaar gemaakt. Concentreer je dus op hem als je je afvraagt: hoe moet het verder? Ga achter hém aan in plaats van jezelf tot middelpunt te maken, en je zult ervaren, dat Jezus een tochtgenoot is, een bondgenoot, een middelaar, een weg naar toekomst in God.
Vele christenen zijn in hun naastenliefde getuigen van de kracht van dit geloof. Het zijn mensen die zich inzetten voor een wereld in overeenstemming met Gods plan. Christelijke ontmoetings- of roepingendagen zijn daarom belangrijk voor de jongeren die eraan deelnemen. Maar hun betrokkenheid kan ook rijke vrucht dragen voor ons, die daar niet bij aanwezig zijn. We mogen ervaren dat Gods Geest er actief werkzaam is, en dit zeker in een tijd waarin Europa sterke behoefte heeft aan de herontdekking van de Blijde Boodschap.
Wie Jezus navolgt, ziet in een ander een mens, een kind van God, en daar ga je je dan vervolgens vanzelf naar gedragen. Vrolijk word je daar wellicht niet altijd van, maar wel sereen gelukkig, omwille van de waarheid en de zinvolheid van deze geloofsovertuiging.

HEILIGEN en ZALIGEN van de KARMEL18 augustus: Martelaren van de “Pontons” – 1794“Deze mannen waren reeds geschrapt uit h...
18/08/2026

HEILIGEN en ZALIGEN van de KARMEL
18 augustus: Martelaren van de “Pontons” – 1794

“Deze mannen waren reeds geschrapt uit het boek van de Republiek, men zei me hen in alle stilte te doen sterven…” - Kapitein Laly, ponton les Deux-Associés.

De “pontons van Rochefort” waren drie schepen, oorspronkelijk dienstdoend om slaven te vervoeren, die gebruikt werden als drijvende gevangenissen ten tijde van de Franse Revolutie in de baai van Rochefort (Charente Maritime, Fr.). Honderden katholieke priesters en monniken die weigerden hun geloof te verzaken en trouw te zweren aan de nieuwe antiklerikale Civiele Grondwet, werden er gevangen gehouden in afwachting van deportatie naar Frans Guyana, waar hen dwangarbeid wachtte. De pontons – de Deux-Associés, de Washington en de Bonhomme Richard – zouden echter niet meer uitvaren, deels door de Britse Blokkade. Zeker 550 onder deze religieuzen, zo’n ⅔ van alle gevangenen, zouden de schepen niet levend verlaten.
De meeste van deze priesters en monniken stierven er aan scheurbuik en tyfus door extreme honger, mishandelingen, ziekte door hitte en regen, en de totale afwezigheid van hygiëne. Lichamen van overledenen verdwenen in een massagraf op het Eiland Madame of op het Eiland d’Aix in de baai van Rochefort.

Op 1 oktober 1995 werden 64 van deze priesters en religieuzen zalig verklaard door paus Johannes Paulus II.

Onder hen drie Ongeschoeide Ka**elieten:
1. Jean-Baptiste Duverneuil (“père Léonard”), geboren in 1737 te Limoges, priester en Ongeschoeid Ka**eliet te Angoulême. Overlevenden omschreven hem als zeer ijverig in het gebed en zijn medegevangenen steeds aanmoedigend om in alle omstandigheden het geloof te blijven verdedigen tegenover de ongelovigen. Een van hen getuigde later over hem: “Geen bedreiging, geen enkel gevaar kon hem de mond snoeren of hem beletten de godslasteraars te weerstaan, met welke autoriteit of macht om hem te straffen ze ook bekleed waren. Gebrek aan voedsel werd uiteindelijk zijn dood” . Hij overleed op 1 juli 1794.
2. Jacques Gagnot (“père Hubert de Saint-Claude”), Ongeschoeid Ka**eliet te Nancy, geboren te Frolais (Meurthe-et-Moselle, Fr.) op 9 februari 1753, overleden op 10 september 1794.
3. Michel-Louis Brulard, Ongeschoeid Ka**eliet te Charenton, geboren op 11 juni 1758 te Chartres. Hij overleed op 25 juli 1794 aan longontsteking op de Deux-Associés.
Deze drie Ongeschoeide Ka**elieten gaven samen met hun collega-martelaren door hun dood de grootste christelijke getuigenis van geloof en liefde, die vandaag nog steeds plechtig erkend wordt door de Kerk.
In de Ka**el worden zij herdacht op 18 augustus.

Homilie van P. Lukas Martens op de 20ste zondag door het jaarGod schrijft geschiedenis met mensenHier zijn we samen als ...
16/08/2026

Homilie van P. Lukas Martens op de 20ste zondag door het jaar

God schrijft geschiedenis met mensen

Hier zijn we samen als mensen die het christelijk geloof op een of andere manier mochten leren waarderen. Een belangrijk kenmerk van dat geloof is dat God in de loop van de tijden met mensen op weg gaat, zich aan mensen kenbaar maakt, met mensen een stuk geschiedenis schrijft. En zo komen we bij de vraag: hoe is God werkzaam in deze wereld?

Elkaar nodig hebben

Ja, God laat onze wereld niet los. Maar wat doet Hij dan? In de lezingen vinden we aanzetten tot antwoord op die vraag. God beschikt het zo dat mensen elkaar nodig hebben om Zijn liefde te ervaren, dat mensen afhankelijk zijn van elkaar om tot dieper geloof te komen.

Paulus

Kijken we weer eens naar Paulus. Hij heeft lange tijd geworsteld met de vraag: hoe komt het dat zo weinigen van mijn vroegere geloofsgenoten Jezus aannemen als de Messias. En zoals vorige week al aangeduid luidt het antwoord: God heeft allen opgesloten in ongehoorzaamheid, om allen in te sluiten in zijn ontferming. Door zijn inzet voor de verkondiging en zijn zorg voor de getuigeniskracht van de christelijke gemeenschappen wil Paulus zijn volksgenoten tot jaloersheid brengen. Als zij zien welk een weldaad het geloof in Christus betekent, zullen zij zich vroeg of laat ook aan Christus gewonnen geven. Zo hoopt hij. God wil mensen tot geloof brengen, niet door spektakel, macht en geweld, wel langs de weg van de verleiding, zoals Paulus het zegt: langs de weg van al wat waar is en edel, rechtvaardig en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, al wat deugd heet en lof verdient. Of doorheen wat Jezus zelf zegt: hieraan zullen de mensen zien dat jullie mijn leerlingen zijn: als jullie de liefde onder elkaar bewaren. Dat was de wervingskracht van de eerste christenen.

De Kananese vrouw

Ook in het evangelie krijgen we een antwoord op de vraag: hoe God werkzaam wil zijn in onze wereld. Jezus weet zich door de Vader gezonden naar de verloren schapen van het huis van Israël. God blijft trouw aan zijn verbond met dat volk. Jezus was op bepaald moment teleurgesteld omdat er zo weinig mensen waren die tot diep geloof in Hem kwamen. Hij besloot om zich voortaan vooral met zijn 12 apostelen bezig te houden om hen verder op te leiden. En daarvoor wijkt Hij uit naar het buitenland, naar de zeekust van Zuid-Libanon. En daar is dan die vrouw uit dat heidens gebied die Hem vraagt medelijden te hebben met haar dochter die bezeten is. Jezus geeft die vrouw te kennen dat Hij gezonden is naar het Joodse volk. Maar die vrouw weet vanuit haar geloof dat Jezus gekomen is voor alle mensen, dat Hij niet onverschillig kan blijven voor de nood van haar dochter. Vandaar haar gevat antwoord op Jezus’ afwijzing: de honden eten toch ook de kruimels die van de tafel vallen? En Jezus prijst het groot geloof van die vrouw en zegt: uw verlangen wordt ingewilligd.

Een huis van gebed voor alle volken

In het evangelie zien we hier en daar dat Jezus meer geloof vindt bij vreemdelingen dan bij zijn eigen volksgenoten. En dat is de aanzet voor een wereldwijde verkondiging. Na zijn verrijzenis zal Jezus zijn leerlingen daartoe de opdracht geven. Mijn huis zal een huis van gebed zijn voor alle volkeren, zo liet de profeet Jesaja al horen.

Uitverkiezing en zending

Gods werkzaamheid in deze wereld bestaat erin dat Hij mensen uitkiest ten bate van het grote geheel, één mens, enkele mensen of een volk. Wie zich uitverkoren mag weten, moet zich ook gezonden weten naar alle anderen, niemand uitgezonderd. Vandaar de stelling: wij hebben elkaar nodig. Op zijn tijd zal God alle mensen betrekken in zijn werkzaamheid. Laten wij dus zo leven dat mensen aan ons kunnen zien dat geloven gelukkig maakt, kracht geeft, vrede schenkt. Moge Maria ons daartoe blijven bemoedigen.

Adres

Burgstraat 46
Ghent
9000

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Karmel Gent nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Plaats Van Aanbidding

Stuur een bericht naar Karmel Gent:

Snelkoppelingen

Delen

Type