Karmel Gent

Karmel Gent Hartelijk welkom! Te midden van deze drukke wereld, ontvangt onze karmelieten-gemeenschap je graag in de stilte van kerk en klooster.

- Maan- tot vrijdag: Eucharistie om 18u15.
- Zaterdag: Eucharistie om 17u00.
- Zondag: Ochtendgezangen in de kerk om 09u30.
- Zondag: Hoogmis om 10u00.
- Eerste donderdag van de maand: karmelitaans gebedsuur om 19u00.
- Biechtgelegenheid: donderdag 14u30-17u30; vrijdag 9u00-11u30

Homilie van P. Lukas Martens op het Hoogfeest van SacramentsdagDe liefde van God gedenkenBeminde gelovigen, ja, zo wil i...
07/06/2026

Homilie van P. Lukas Martens op het Hoogfeest van Sacramentsdag

De liefde van God gedenken

Beminde gelovigen, ja, zo wil ik jullie nog eens noemen: mensen die zich bemind weten omdat zij geloven in de liefde van de Heer. Vandaar jullie keuze om Eucharistie te vieren, te danken, te gedenken, zich verbonden te weten en gezonden te worden. In Jezus is Gods liefde wel bijzonder zichtbaar, tastbaar, kwetsbaar, concreet geworden. Dat is een grote uitdaging voor ons geloof. We kunnen daar niet om heen. Jezus nodigt ons uit aan zijn tafel.
Op dit feest wil ik jullie even meenemen doorheen het verloop van een Eucharistieviering.

Binnenkomen

We zijn dit kerkgebouw binnengekomen. Sommigen hebben een beetje wijwater genomen als herdenking aan ons doopsel, sommigen maakten een buiging of knielden even voor de aanwezigheid van de Heer in het tabernakel. En dan hebben we ergens plaats genomen waar we ons het best voelen om deze viering mee te maken.
In het begin van de viering staat het altaar centraal. Dat is het voornaamste voorwerp in de mis. Het altaar wordt gekust en bewierookt, want het altaar is Christus. Hij is altaar, priester en offerlam tegelijk.

Tafel van het woord

Dan zijn we uitgenodigd aan de tafel van het woord. Het oude en nieuwe testament komen er aan bod. Jezus is de vervulling van het oude testament. Zou horen wij vandaag over het manna. Brood dat uit de hemel neerdaalt als voedsel voor onderweg. Maar het manna was ook een opvoeding tot vertrouwen. Manna viel uit de hemel en mocht elke morgen worden geplukt. Men mocht verzamelen voor één dag. Wie bang was om de dag erop niets meer te vinden en meer verzamelde stelde vast dat ’s anderendaags alles wat hij had overgehouden helemaal bedorven was. Maar op de dag vóór de sabbat mocht men voor twee dagen verzamelen en dan was het manna op de sabbat niet bedorven.

Voedsel tot vertrouwen

Dus geen voorraad aanleggen, vertrouwen dat God elke dag weer het nodige geeft. Als God het volk vraagt om alles te gedenken wat het heeft meegemaakt, dan is het de bedoeling dat ze onthouden dat God voor hen zorgde doorheen alle tegenheden, want die waren er in voldoende mate: giftige slangen, schorpioenen, honger en dorst. Het tekent elk mensenleven. We kunnen het allemaal voor onszelf invullen: wat zijn voor ons die giftige slangen, die schorpioenen. Wat is onze honger, onze dorst? Maar belangrijkste dat wij moeten gedenken blijft wat God gedaan heeft om te maken dat we ondanks alles toch verder kunnen om uiteindelijk het land van belofte te bereiken. Zo wil de tafel van het woord ons voorbereiden op de tafel van het brood, want door te gedenken wordt ons geloof gesterkt. En dat is nodig om in de Eucharistie Jezus zelf te erkennen.

Tafel van het brood

Zo komen we bij de tafel van het brood. Jezus is het echte manna, het echte brood ons door de Vader gegeven. Het levende Brood, Brood dat ons geestelijk doet leven, ons doet delen in het leven van God zelf. Jezus zegt: Mijn vlees is echt voedsel, mijn bloed is echte drank! Een taal die ons tegen de borst stuit. Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven? Het is een rauwe werkelijkheid. Jezus is het Lam van God, op gruwelijke wijze ter dood gebracht voor het leven van de wereld. Door de gebeden bij de tafel van het brood en door de heilige Geest wordt Jezus’ zelfgave op het kruis opnieuw tegenwoordig gesteld. Dat is de diepste betekenis van het sacrament. De Heer komt werkelijk aanwezig als Lam van God en als Verrezen Heer. In elke Eucharistie wordt Jezus’ zelfgave tot op het kruis geactualiseerd, het gebeurt hier en nu. Als Jezus op het laatste avondmaal brood breekt en de beker wijn te drinken geeft, zegt Hij duidelijk: Dit is mijn lichaam, voor u gegeven, dit is mijn bloed, voor u vergoten. In Jezus is God mens geworden, in alles aan ons gelijk, behalve in de zonde. Maar in de Eucharistie wordt die menswording nog verder doorgetrokken.

Hij wil bij ons blijven

Jezus schept Zichzelf in een stukje brood en een beetje wijn om ons voedsel te zijn en ons zo hulp, kracht, licht, bescherming te bieden. Hij wou ons niet alleen laten. Hij wil bij ons blijven onder die gedaanten tot aan het einde van de wereld. En de Verrezen Heer blijft ook bij ons aanwezig in de geconsacreerde hosties die bewaard worden in het tabernakel.
Daarom is het belangrijk om - als we hebben gecommuniceerd - van de stille tijd gebruik te maken voor een intiem gesprek met de Heer, een moment van intens samenzijn, van wederzijds gegeven zijn. Veel woorden zijn daarvoor niet nodig.

Gemeenschap

Tenslotte is er nog dit wat ons niet mag ontgaan. Door te communiceren worden wij een beetje meer lichaam van Christus. En dit niet alleen persoonlijk, maar ook als gemeenschap. Er is één brood en één beker die ons doen groeien in eenheid en verbondenheid met elkaar. Jezus in ons maakt ons tot hoeders van onze broeders en zusters. Dat is onze zending: zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.
Laten we proberen om deze Eucharistie te beleven, een beetje meer intens dan gewoonlijk.

KARMELITAANS GEBEDSUUR - Juni 20262. Voor de aanbidding laten we ons helpen door enkele gebeden en gedichten van Thérèse...
04/06/2026

KARMELITAANS GEBEDSUUR - Juni 2026
2. Voor de aanbidding laten we ons helpen door enkele gebeden en gedichten van Thérèse van Lisieux

2.1. In haar boek Weg van Volmaaktheid wijdt Teresa van Ávila enkele hoofdstukken aan de bede uit het Onzevader: "Geef ons heden ons dagelijks brood". Teresa legt dit 'brood' niet zozeer uit als materieel voedsel, maar in de eerste plaats als de Eucharistie. Haar toon is hier vurig, intiem en diep mystiek.

We halen enkele meest markante passages uit die hoofdstukken aan. Jezus wist hoe zwaar het leven op aarde voor de mens zou zijn en daarom besloot Hij om tastbaar bij ons te blijven onder de gedaante van brood en wijn: "Hij wist immers hoe pijnlijk het voor de zielen zou zijn gescheiden te moeten leven van hun Goed. [...] Hij zag in dat zijn liefde er niet mee instemde om hen zo alleen te laten. En zo besloot Hij bij hen te blijven. En omdat dit openlijk niet kon gebeuren, opdat de zwakheid van onze natuur er niet door zou worden afgeschrikt, behaagde het Hem zich te verbergen onder de gedaante van zoiets alledaags als brood." Teresa benadrukt ook dat we de Heer zich in de Eucharistie op een heel eenvoudige en directe kunnen benaderen: "Onder die gedaanten van brood kunnen we Hem naderen. Want als de Koning zich vermomt, lijkt het alsof we Hem kunnen benaderen zonder al te veel plichtplegingen en ceremonies: door zichzelf te vermommen, heeft Hij zich er als het ware toe verplicht dit te verdragen."
Teresa legt ook uit dat de Communie niet alleen de ziel voedt, maar ook een krachtige uitwerking heeft op ons hele wezen, inclusief onze lichamelijke zwakheden. Ze deelt haar persoonlijke ervaring mee: "Denkt u dat dit allerheiligste voedsel geen overvloedige voeding is, zelfs voor het lichaam, en een krachtig medicijn voor lichamelijke kwalen? Ik weet zeker dat dit zo is. Ik ken een persoon die aan ernstige ziekten leed en vaak grote pijn had; en die pijn werd in een flits weggenomen en zij werd weer helemaal gezond."
Teresa waarschuwt haar zusters om na het ontvangen van de Eucharistie niet meteen met hun gedachten ergens anders te zijn, omdat dit hét moment is van intieme aanwezigheid: "Laten we zo'n uitstekende tijd om met Hem te spreken niet verliezen als het uur na de Communie. We hoeven Hem niet ergens ver weg te gaan zoeken. Want we weten dat, totdat de gedaanten van het brood zijn verteerd, de goede Jezus bij ons is. Laten we deze prachtige kans dus niet voorbij laten gaan, maar tot Hem komen."
Teresa maakt een scherp onderscheid tussen het overwegen van scènes uit het verleden (zoals de kruisiging) en wat er gebeurt tijdens de Eucharistie. De Communie is geen herinnering, maar een actuele werkelijkheid:
"Tenzij we dwaas willen zijn en onze geest willen sluiten voor de feiten, kunnen we niet veronderstellen dat dit het werk van de verbeelding is – zoals wanneer we aan de Heer aan het Kruis denken en ons vanbinnen voorstellen hoe die dingen gebeurden. Dit is iets wat nú gebeurt; het is absoluut waar."
Voor Teresa is de Eucharistie de ultieme troost in de beproevingen van het aardse leven. Ze nodigt ons uit om de Communie niet uit gewoonte te ontvangen, maar met een intens bewustzijn van de levende aanwezigheid van Christus in het eigen binnenste.

2.2. Enkele gebedsteksten van de heilige Thérèse:
O mijn welbeminde, hoe zie ik U zachtmoedig en nederig van hart onder de sluier van de witte Hostie! Om mij de nederigheid te leren kon U zich niet dieper neerbuigen. Om Uw liefde te beantwoorden wil ook ik ernaar verlangen dat mijn zusters mij altijd op de laatste plaats zetten en het goed tot mij laten doordringen dat dàt de plaats is die mij echt toekomt.

Ik smeek U, mijn goddelijke Jezus, mij elke keer een vernedering te overzenden wanneer ik probeer mij boven anderen te stellen. Ik weet, o mijn God, dat U de trotse ziel naar beneden haalt, maar aan hen die zich vernederen schenkt U een eeuwigheid van glorie. Ik wil me dus op de laatste plaats houden en delen in Uw vernederingen om met U deel te hebben aan het hemels koninkrijk. Maar, Heer, mijn zwakheid is U bekend; elke morgen neem ik het besluit de nederigheid te beoefenen en ’s avonds beken ik dat ik nog veel fouten van trots heb begaan. Bij deze vaststelling ben ik bekoord mij te ontmoedigen, maar ik weet, dat ook de ontmoediging hoogmoed is en ik wil op U alleen mijn hoop stellen.

Ach! ik kan niet zo dikwijls de heilige communie ontvangen als ik dit verlang, maar, Heer, bent U niet Almachtig? … Blijf in mij zoals in het tabernakel, verwijder U nooit van Uw kleine hostie… Ik bied mij aan als brandoffer voor Uw barmhartige liefde en smeek U mij onophoudend te verteren. Laat de stromen van oneindige tederheid die in uw hart besloten zijn overvloeien in mijn ziel. Ik wil hier beneden geen verdiensten verzamelen voor de hemel, ik wil werken voor Uw liefde alleen, met de enige intentie U plezier te doen, Uw H. Hart te troosten en zielen te redden die U eeuwig zullen liefhebben.

2.3. "Mijn Hemel in de Hostie"
"Als ik 's avonds de kerk verlaat, blik ik nog eenmaal om naar de tabernakel. En in mijn hart zeg ik tot U, mijn Jezus: 'O mijn God, zie, de dag is weer voorbij. Ik ga nu rusten, maar mijn liefde rust niet.
Heer, laat een straal van uw liefde heel de nacht over mij waken. En als de zon morgen weer opgaat, laat mij dan opnieuw ontwaken met uw loflied op mijn lippen.'
U bent de God die Zich verbergt onder de gedaante van brood, het witte Brood dat mijn ziel voedt. In deze heilige Hostie bezit ik alles: U bent mijn rijkdom, mijn vrede, mijn geluk. Hier op aarde is uw liefde mijn enige steun, U bent mijn Hemel in de Hostie."

KARMELITAANS GEBEDSUUR - juni 20261. RozenkransBlijf bij ons, Heer, want het wordt avond. We willen bij de Heer blijven,...
04/06/2026

KARMELITAANS GEBEDSUUR - juni 2026
1. Rozenkrans

Blijf bij ons, Heer, want het wordt avond.
We willen bij de Heer blijven, aanwezig in de Eucharistie. We mogen Hem gezelschap houden, Hem troosten, met ons hart bij Hem zijn. In de eucharistie is Hij voortdurend aan het werk voor ons. Eerst overwegen wij de mysteries van het licht.

1: Jezus laat zich dopen in de Jordaan. Hij neemt voor ons allen de laatste plaats in. Hij vernedert zich om ons te verheffen opdat wij de rang van kinderen zouden krijgen, kinderen van God. De heilige Geest zalft Hem met tederheid en kracht om zijn zending te vervullen. Door het doopsel zijn ook wij koning, priester en profeet. Vragen wij Maria om hulp opdat alle gedoopten hun zending zouden behartigen.

2: de bruiloft te Kana. Maria nodigt ons uit: Doe maar wat Hij u zeggen zal. Als wij de kruiken vullen met water, het water van onze pijn, onze gebroken relaties, onze tekorten, onze onmacht, onze angsten, kan Jezus dit water veranderen in wijn van liefde en verbonden-heid. Vertrouwen wij aan Maria toe, al onze ellende en die van onze medemensen.

3: Jezus begint zijn prediking in Galilea: Wij vragen aan Maria dat de Geest ook ons bezielt om woorden te kunnen spreken van waarheid die oproepen tot geloof en bekering en die onze christelijke gemeenschappen opbouwen. Zo mateloos schenkt God zijn Geest, dat mensen Gods eigen woorden kunnen spreken.

4: Jezus’ verheerlijking op de berg van de gedaantever-andering: We vragen Maria dat Jezus ook ons zou meenemen op de berg om de nodige troost en bemoediging te ontvangen voor onze zending, dat wij in Jezus’ heerlijkheid kracht zouden vinden om onze aardse tegenheden te kunnen doorstaan.

5: Jezus geeft Zichzelf aan ons in de Eucharistie. We vragen Maria om de genade van diep inzicht in de Eucharistie, bron en hoogtepunt van christelijk leven. In de hostie schenkt Jezus zichzelf aan ieder van ons persoonlijk. We krijgen in Hem een leven dat zonder ophouden bidt, dankt, liefheeft alsof Hij niemand anders had op deze wereld om lief te hebben. Ook zijn pijnen en zijn leed schenkt Hij aan ieder van ons persoonlijk. In de communie mogen wij Hem ontvangen, ons met Hem verenigen, ons aan Hem geven en met Hem één worden van wil en verlangen.

04/06/2026

1626 ~ 7 juni ~ 2026Naar aanleiding van het 4de eeuwfeest van het ...

Openingswoord,  Kyrie, Homilie en Voorbeden door P. Piet Hoornazrt op het Hoogfeest van de H. Drie-Eenhied:OPENINGSWOORD...
31/05/2026

Openingswoord, Kyrie, Homilie en Voorbeden door P. Piet Hoornazrt op het Hoogfeest van de H. Drie-Eenhied:

OPENINGSWOORD
Het Hoogfeest van de H. Drie-eenheid probeert te raken aan die onpeilbare diepte van Gods liefde.
Want God heeft zich aan de mensen laten kennen:
als de Vader, die alles in het leven roept, leidt en behoudt,
als de Zoon, die toont hoe een barmhartige God ons heel nabij komt,
als de H. Geest, die ons van binnenuit vernieuwt en helpt om meer op Jezus te gelijken.
God heeft zich laten kennen als één grote beweging van liefde, genegenheid en zelfgave.
Het vriendelijk mysterie dat we vandaag vieren, zegt vóór alles dat God liefde is
en niet anders: één God bezield met een pure drie-persoonlijke liefde.
Zo worden wij uitgenodigd om bewust deelgenoot te worden aan die liefde tussen Vader, Zoon en H. Geest. Want sinds ons H. Doopsel bewonen zij ons diepste wezen.
Laten we in deze viering ons daar dankbaar aan herinneren en ons hart helemaal voor de drie goddelijke personen openstellen.

HOMILIE
Als we bewust een kruisteken maken, vat dit de drie dimensies van onze geloofs-ervaring mooi samen: God is boven ons, in ons, naast ons. Ons meest eigen christelijk gebed is het kruisteken. Het is begin en einde van elk van onze gebeden, van ons gelovig bestaan ook, want we worden gedoopt en onze uitvaartplechtigheid gebeurt: “In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest”.

Je bent zijn liefste kind.

Deze drie-ene God overstijgt ons menselijk denken en voelen. God is anders dan de menselijke persoon. Hij is onuitsprekelijk. Toch verlangen en mogen we Hem aanspreken, omdat Jezus ons geleerd heeft dat Hij ons liefdevol nabij is. Hij is geen God die veraf is. Geen God die dreigt en controleert, maar een menslievende God. Hij is een God in drie personen die ons geschapen heeft en die ons blijft dragen en bewonen.
God is ons zo nabij, dat Hij in de persoon van Jezus, de Zoon van God, naar ons toe is gekomen. Jezus heeft God in drie personen aan ons geopenbaard, zoveel als het voor ons vatbaar was. Hij is dus geen God ergens ver weg. Geen God die straft met pijn en ellende, maar een God die liefdevol met ons meegaat, als onze broeder en tochtgenoot, als onze goede herder, omdat Hij intens van ons houdt.
Want elk van ons is zijn liefste kind, en voor dat liefste kind wil God er altijd zijn. Gods Geest zal steeds bij ons zijn, om ons de goede levensweg te wijzen, om te genezen wat moreel ziek is, om te troosten waar pijn is. We leven moedig - in navolging van de goede Jezus - waardoor we onszelf en anderen gelukkig maken en zorg te dragen voor de schepping.

‘Ik zal er zijn voor u’.

Daarnet hoorden wij in de eerste lezing: “Jahweh ging Mozes voorbij en riep: ‘Jahweh is een barmhartige en medelijdende God, groot in liefde en trouw’”. Onmiddellijk viel Mozes op de knieën en sprak: ‘Heer, wees zo goed en trek met ons mee.’
Kijk eens, wellicht is dit een van de merkwaardigste passages uit het hele Oude Testament. Niet alleen verschijnt Jahweh als het ware in mensengedaante aan Mozes. Hij zegt ook zijn naam. Vandaag is de symboliek daarvan wat verdwenen, maar in vroegere tijden was die symboliek algemeen en zeer belangrijk: wie zijn naam bekendmaakte, gaf zichzelf prijs, gaf aan dat hij ter beschikking stond van degene die hem beluisterde.
Als Jahweh hier dus zijn naam meedeelt, betekent dit dat Hij bij Mozes blijft, voor eeuwig en altijd. Zijn naam betekent immers: ‘Ik zal er zijn voor u’. En hiermee bezegelt Hij zijn Verbond tussen Hem en zijn volk, maar óók tussen Hem en ons hier. Al even uniek is verder het feit dat Jahweh zijn identiteit meedeelt, een definitie geeft van zichzelf. Hij noemt zichzelf een ‘barmhartige en medelijdende God, groot in liefde en trouw’.

‘Heer, trek met ons mee’.

In het evangelie sluit Jezus direct bij die definitie aan, wanneer Hij zegt dat ‘God de wereld zozeer heeft liefgehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben.’ Zo groot is dus Gods liefde en trouw, nu niet alleen voor het volk van Mozes, maar voor ons en heel de wereld.
Maar in die eerste lezing is er nog iets dat treft, zelfs ontroert: Mozes valt in aanbidding neer, en zijn gebed is een pakkende smeekbede: ‘Heer, wees zo goed en trek met ons mee. Ook al zijn we een koppig en misdadig volk, trek tóch met ons mee.’
Wij vieren nu in deze H. Eucharistie God die er is voor ons. Het is in dit sacrament dat het levensoffer van Jezus voor ons opnieuw tegenwoordig wordt gesteld. We mogen God-Vader aanbidden, die ons menselijk begrip te boven gaat, God-Zoon die mens is geworden met ons; en ook God-Geest die woont in het diepste van ons hart, in de hemel van onze ziel. Daarom nodig ik je uit, om je met mij aan te sluiten bij het smeekgebed van Mozes:
God, neem je mensen op in je liefdevolle armen.
Heer, wees zo goed en trek met ons mee in deze wereld, waarin uw mensen elkaar zo dikwijls naar het leven staan; waarin de vrede voortdurend bedreigd wordt door oorlog, terrorisme en geweld; waarin talen en rassen met getrokken messen en wapens tegenover elkaar staan; waarin de behoeftigen armer en rijke personen almaar rijker worden; waarin uw Naam door sommigen bespot en door anderen misbruikt wordt.
God, Vader, Zoon en Geest, trek daarom mee met uw mensen die leven in verdriet en pijn; uw mensen die treuren om ziekte en dood, onrecht, machtsmisbruik en seksueel misbruik; uw mensen die leven in onvrede met hun medemensen; uw mensen die geen vriendschap of liefde kennen; mensen waar niemand naar om ziet, die alleen op de wereld zijn. God, Vader, Zoon en Geest, trek met hen mee, wanneer zij gebukt gaan onder verdriet, wanneer hun lijden ondraaglijk wordt; neem Gij ze dan in uw liefdevolle armen en draag hen.

God, blijf ons mensen bemoedigen.

En trek mee met uw mensen die leven naar uw Geest: de vele miljoenen die U in contemplatieve stilte aanwezig brengen in deze wereld; uw ondernemende mensen die gelovig in het voetspoor van Jezus leven; die elke dag opnieuw uw liefde willen doorgeven; die zich als uw kind in U geborgen weten. God, Vader, Zoon en Geest blijf hen bemoedigen.
Trek mee met onze paus Leo, de bisschoppen, de priesters, de diakens, de broeders en zusters die op uw vraag gekozen hebben voor een religieus leven om U alleen, en zo óók in edelmoedige dienstbaarheid aan uw geliefde mensen.
God, Vader, Zoon en Geest, trek mee met hen die U verkondigen in woord en daad, in liturgie en ziekenzorg, in pastorale stuurgroepen, als catechist, lector of communiebezorger, misdienaar, orgelist of voorzanger. Laat uw Katholieke Kerk zo uw sacrament zijn van liefde, eenheid en broederlijkheid.
Als we zo bidden, dan trekt de drie-ene God met ons mee. Want eeuwig is zijn liefde en zijn trouw.

VOORBEDEN
God,
wij zijn allen gegrondvest in het mysterie van uw Drie-eenheid. In de naam van Jezus en in de kracht van uw beider Geest bidden wij:

1. voor mensen die het geheim van hun leven wantrouwen, voor wie zichzelf klein maken, in vrees voor U; dat zij zich laten dragen door de liefde die U zelf bent, rechtvaardig, maar boven alles groot in trouw ...

2. voor allen die verlangen naar zin en diepgang, die zoeken naar de betekenis van hun bestaan; voor jongeren die zich geroepen weten tot het priesterschap of het religieuze leven dat zij mensen mogen ontmoeten in wie zij zich herkennen, mensen die aan uw waarheid en onderscheiding gestalte geven ...

3. voor de wetenschappers, voor alle mensen van onze tijd, die hun talenten inzetten om het leven te dienen; dat zij zich verwonderd durven openen voor uw geheim en mogen weten dat U alles wat is draagt en dient ...

4. voor wie gedoopt zijn in uw Naam: Vader, Zoon en Geest, voor ieder die door Jezus U leerde kennen als onze Vader; dat zij leven vanuit hun geloof, in vrede met U, en niet nalaten te werken aan de eenheid van uw Kerk ...

Enige en ware God,
zo bidden wij U op dit feest. Verhoor het gebed dat wij tot U richten omwille van Jezus, uw levend Woord aan ons, voor nu en tot in de eeuwen der eeuwen.
Amen.

30/05/2026

Zesde video in een reeks over het leven van Johannes van het Kruis,...

HEILIGEN  en ZALIGEN van de KARMEL 29 mei: Z. Elia di San Clemente (Bari, 17 januari 1901 – 25 december 1927)Teodora Fre...
29/05/2026

HEILIGEN en ZALIGEN van de KARMEL
29 mei: Z. Elia di San Clemente

(Bari, 17 januari 1901 – 25 december 1927)
Teodora Frecasso, geboren op 17 januari 1901, was het derde kind van Guiseppe Fracasso en Pascua Cianci. Haar vader opende, niet zonder pijnlijke financiële offers een verfwinkeltje, terwijl haar moeder het huishouden bestierde; ze hadden negen kinderen waarvan er vier op jonge leeftijd overleden. Het gezin stond bekend als heel vroom en gelovig. De vijf kinderen – Prudence, Anna, Teodora, Domenica en Nicolas – werden door ieder bewonderd omwille van hun uitzonderlijk gevoel van medeleven en spiritualiteit.

Teodora bleek een gevoelig vroegrijp kind te zijn dat er van hield veel tijd door te brengen in het tuintje van hun huis en er dikwijls de bloemen bewonderde. In 1905 ervaarde Teodora iets merkwaardigs: in een droom zag ze in de tuin een “mooie Dame” wandelen tussen bloeiende lelies die plots veranderde in een stralend licht. Nadat haar moeder haar dit droombeeld had verklaard, beloofde Teodora dat ze, als ze groter was, haar leven aan de “de mooie Dame” zou wijden en aan Diegene die al dat moois geschapen had.

In de nacht voor haar eerste communie op 8 mei 1911, droomde Teodora dat St. Thérèse van Lisieux haar aankeek en voorspelde dat ze kloosterlinge zou worden zoals zij. In de daaropvolgende jaren volgde Teodora les in het naai-atelier van de Zusters Stimmantine en leerde er borduren. Tussendoor nodigde ze in haar kleine kamertje regelmatig gelovige vriendinnen uit om samen te bidden en te mediteren, het evangelie en heiligenlevens te lezen en andere religieuze werken, maar vooral de autobiografie van St. Thérèse van Lisieux. Ze trad toe tot de derde orde van de Dominicanen die een sterke devotie voor de eucharistie hadden. Later werd ze lid van de “Milicia angelica de S. Thomas de Aquino”.

Tijdens de moeilijke jaren van de Eerste Wereldoorlog vond Teodora haar apostolaat in catechese en weldadigheidswerken en in al wat ze maar goed kon doen aan haar naaste. In december 1918 leidde haar toenmalige biechtvader, P. Sergio Di Goia s.j., haar naar het klooster van de Ongeschoeide Karmelietessen van St. Jozef te Bari. Ze legde er de eeuwige geloften af op 11 februari 1925 en nam de naam Elia di San Clemente aan. Ze schreef: “Alleen aan de voeten van mijn gekruisigde Heer keek ik Hem lang aan en in dit aankijken zag ik dat Hij heel mijn leven was“.
Vanaf het begin verliep haar kloosterleven over een moeilijke weg. Ze ervaarde een nacht van de geest, als een muur van brons, schreef ze, die alles verdoezelde waarin ik had geloofd. Maar net in deze schaduwen vond Elia de zekerheid dat God haar enige liefde was. Deze liefde viel samen met haar dagelijks leven; sereen en standvastig, steeds in gebed, werkte ze zonder zichzelf te sparen, in absolute gehoorzaamheid, maar had altijd tijd voor een gebaar van naastenliefde en een glimlach.

De priorin, M. Angelica Lamberti, benoemde haar tot lerares in het naaiatelier voor jonge meisjes, verbonden aan het klooster. De goedheid en vriendelijkheid die Zr. Elia aan haar leerlingen betoonde werd echter niet met goedkeurend oog bekeken door de priorin en na twee jaar werd ze uit haar functie ontheven. Zr. Elia, steeds gehoorzamend aan de Regel van de Karmel en aan haar plichten tot de gemeenschap, vergaf en zweeg, bracht sindsdien het grootste deel van haar tijd door in haar cel, naai- en borduurwerken uitvoerend. Moeder Priorin die wel waardering opbracht voor dit werk, benoemde haar tot zuster van de sacristie.

Enkele jaren tevoren, in 1922, bracht de Procureur Generaal van de Orde van Ongeschoeide Karmelieten, P. Elia van St. Ambrosius, een bezoek aan de Karmel van St. Jozef. Hij bemoedigde Zr. Elie in haar moeilijkheden met de priorin en de beproevingen die ze moest doorstaan. Er bloeide in de daaropvolgende jaren een mooie en vruchtbare correspondentie tussen beiden op die haar veel vertroosting bracht.

In de winter van 1927 werd ze getroffen door griep die haar ernstig verzwakte en zware hoofdpijnen veroorzaakte, maar Zr. Elia klaagde niet en weigerde elke vorm van medicatie. Op 21 december, enkele dagen voor Kerstmis, leed ze hoge koorts, maar men dacht dat het een voorbijgaand fenomeen was. Haar toestand verslechterde echter zienderogen. De dokter die haar op 24 december bezocht, stelde meningitis vast maar vond een ziekenhuisopname niet noodzakelijk. Twee dokters die de volgende dag in allerijl werden geroepen, konden slechts de onomkeerbaarheid van de situatie vaststellen en zo stierf Zr. Elia di San Clemente op 25 december 1927 om 12 uur ‘s middags, zoals ze zelf ooit voorspeld had: “Ik zal sterven op een feestdag”. Honderden mensen brachten haar een laatste groet en woonden haar begrafenis bij.
Op 18 maart 2006 werd ze met goedkeuring van paus Benedictus XVI in de kathedraal van Bari zalig verklaard. Ze wordt herdacht op 29 mei.

De gelijklopendheid met de spiritualiteit van Thérèse van Lisieux en van hun levensloop – beiden traden jong in de Karmel in en stierven enkele jaren later – gaven Z. Elia di San Clemente de bijnaam “de kleine Thérèse van Italië”. Deze jong overleden karmelietes, geliefd door zovelen, liet ons in haar geschriften en brieven een geestelijk testament na en gedichten over de Bruidegom aanwezig in de Eucharistie.

HEILIGEN en ZALIGEN van de KARMEL25 mei: H. Maria Magdalena de’ Pazzi (Firenze, 2 april 1566 – aldaar, 25 mei 1607)“Al U...
26/05/2026

HEILIGEN en ZALIGEN van de KARMEL
25 mei: H. Maria Magdalena de’ Pazzi (Firenze, 2 april 1566 – aldaar, 25 mei 1607)

“Al Uw heilige wonderen doen mij alleen maar aan Uw macht, Uw grootheid en Uw liefde beschouwen. Wie zou niet verliefd op U worden, als hij ziet op hoeveel ondoorgrondelijke en diepgaande manieren U probeert deze ziel naar U toe te trekken!”

Caterina de’ Pazzi werd geboren op 2 april 1566 als dochter van Camillo de’ Pazzi en Maria Buondelmonte, een aanzienlijke adellijke familie in Firenze. Toen ze negen was, leerde de huiskapelaan haar mediteren over de Passie van Jezus, volgens een toen net gepubliceerd boek; het zou een van de weinige bezittingen zijn die ze meenam toen ze in het klooster trad. Drie jaar later ervaarde ze, in het bijzijn van haar moeder een eerste religieuze extase. Er zouden nog vele mystieke ervaringen volgen.

Haar vader zond haar naar de zusters van de Orde van Malta, zodat ze een opvoeding zou krijgen die haar voorbereidde op een huwelijk met een jonge edelman. Caterina kon haar vader echter overtuigen dat ze geroepen was tot het monastieke leven en hij gaf uiteindelijk de toestemming voor haar intrede In het karmelietessenklooster van Santa Maria degli Angeli in Firenze. Ze had dit uitgekozen omdat ze dan dagelijks ter communie kon gaan. In 1583 werd ze er aanvaard als novice en nam ze de naam Maria Magdalena aan. In de Karmel leidde ze een verborgen leven van gebed en zelfverloochening, legde zichzelf zeer strenge verstervingen op en deed regelmatig aan zelfkastijding. Zij bad vurig voor de vernieuwing van de Kerk.

Kort na haar intrede werd ze ernstig ziek. Toen een medezuster haar vroeg hoe ze zoveel pijn kon verdragen zonder te klagen, wees ze naar het kruis en zei: “Wie steeds het lijden van Jezus in gedachten houdt, en het eigen lijden door Zijn Passie opdraagt aan God, vindt pijn zacht en aangenaam”. Omdat haar einde nabij leek, beslisten haar oversten haar professie te laten plaatsgrijpen in een private ceremonie, terwijl ze in de kapel op een bed lag. Onmiddellijk daarna ervaarde ze een extase die ruim twee uur duurde. Dit herhaalde zich gedurende 40 dagen, elke morgen na de communie. Om haar te beschermen tegen mogelijk misleiding en om de mystieke openbaringen en extases te bewaren, vroeg haar biechtvader om haar ervaringen te dicteren aan haar medezusters. De notities staan bekend als “I quaranti giorni“ (De Veertig Dagen). In de daarop volgende zes jaar werden drie boekdelen toegevoegd, met haar getuigenis over een vijf jaar durende beproeving die ze onderging, haar visie op de groei naar volmaaktheid van vrouwen in religieuze ordes en een verzameling brieven.

Er werd beweerd dat Maria Magdalena de’ Pazzi gedachten kon lezen en de toekomst kon voorspellen. Zo zou ze tijdens een extase de verkiezing van Kardinaal Alessandro de’ Medici tot paus (de latere Leo XI) voorspeld hebben. Naar verluidt zou ze verschenen zijn aan verschillende mensen op grote afstand en zou ze zieken genezen hebben. Op latere leeftijd zou ze ook de stigmata ontvangen hebben.

Maria Magdalena de’ Pazzi overleed op 41-jarige leeftijd op 25 mei 1607. Ze werd begraven in het koor van de kloosterkapel. Bij haar heiligverklaring in 1668 door paus Clement X bleek haar lichaam onaangetast. In november 2004 werd zij door paus Johannes Paulus II als voorbeeld voor de Katholieke Kerk gesteld.

Adres

Burgstraat 46
Ghent
9000

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Karmel Gent nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Plaats Van Aanbidding

Stuur een bericht naar Karmel Gent:

Delen

Type