12/09/2026
Zondag 13 september 2026 - 15e zondag na Pinksteren - 15e zondag van Mattheüs
Vooravond van de Wereldwijde Verheffing van het Eerbiedwaardig en Levenschenkend Kruis
Feest van de HH. Cornelius de Honderdman en gezellen (1e), Aristides, martelaar te Athene (140), Ketevan, koningin van Georgië, grootmartelares (624), Hierotheos de Jongere, wonderdoener van het Ivironklooster op de H. Berg Athos (1745) en Chrysostomos, bisschop van Smyrna (Izmir), Gregorios bisschop van Kydonia (Ayvali), Ambrosios bisschop van Moschonisia (Ayvalik adalari), Prokopios bisschop van Iconium (Konya), Efthymios bisschop van Zila (Zile), en alle geestelijken en leken die in 1921-1923 werden afgeslacht in Klein-Azië
LEZINGEN
APOSTEL (van de Kruisverheffing)
Lezing uit de Eerste Brief van de Heilige Paulus aan de christenen van Korinthe (1:18-24):
Broeders, de prediking van het kruis is dwaasheid voor hen die verloren gaan, maar voor hen die gered worden, voor ons, is zij Gods kracht. Er staat immers geschreven: Verdelgen zal Ik de wijsheid der wijzen en het verstand der verstandigen zal Ik tenietdoen. De wijze, de geleerde, de redetwister van deze tijd, waar zijn zij? Heeft God de wijsheid van de wereld niet tot dwaasheid gemaakt? In Gods wijsheid heeft de wereld met al haar wijsheid God niet gevonden; daarom heeft God besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van de verkondiging. Want Joden eisen wonderen, heidenen verlangen wijsheid. Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor de Joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid, maar voor hen die geroepen zijn, joden zowel als heidenen, is Hij Gods kracht en Gods wijsheid.
EVANGELIE (van de Kruisverheffing)
Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Johannes (19:6-11,13-20,25-28,30-35):
Te dien tijde, toen de hogepriesters en hun dienaars Hem zagen, schreeuwden ze: “Kruisigen, kruisigen!” Pilatus zei hun: “Neemt gij Hem dan en kruisigt Hem, want ik vind geen schuld in Hem.” De Joden antwoordden hem: “Wij hebben een Wet en volgens die Wet moet Hij sterven, omdat Hij zich voor Gods Zoon heeft uitgegeven.” Toen Pilatus dit hoorde, werd hij nog meer bevreesd. Hij ging het pretorium weer binnen en sprak tot Jezus: “Waar zijt Gij vandaan?” Jezus gaf hem echter geen antwoord. Daarom zei Pilatus: “Ge spreekt niet tegen mij? Weet Ge dan niet dat ik de macht heb om U vrij te spreken, maar ook de macht heb om U te kruisigen?” Jezus antwoordde: “Ge zoudt volstrekt geen macht over Mij hebben, als u die niet van boven gegeven was. Daarom is de zonde van hem die Mij aan u heeft overgeleverd groter.”
Toen Pilatus hen dat hoorde roepen, liet hij Jezus naar buiten brengen en ging op de rechterstoel zitten op de plaats die Litóstrotos heet, in het Hebreeuws Gabbata. Het was de voorbereidingsdag voor Pasen, ongeveer het zesde uur. Hij zei tot de Joden: “Hier is uw koning.” Maar zij schreeuwden: “Weg, weg met Hem! Kruisig Hem!” Pilatus vroeg: “Zal ik dan uw koning kruisigen?” De hogepriesters antwoordden: “Wij hebben geen andere koning dan de keizer!” Toen leverde hij Hem aan hen uit om de kruisdood te ondergaan, en zij namen Hem over.
Zelf zijn kruis dragend trok Jezus de stad uit naar wat de Schedelplaats heet, in het Hebreeuws Golgota. Daar sloegen zij Hem aan het kruis, en met Hem nog twee anderen, aan elke kant een en Jezus in het midden. Pilatus had ook een opschrift laten maken en op het kruis doen aanbrengen. Het luidde: “Jezus, de Nazoreeër, de koning van de Joden.” Vele Joden lazen dit opschrift, want de plaats waar Jezus gekruisigd werd, lag dicht bij de stad. Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks.
stonden bij Jezus’ kruis zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena. Toen Jezus zijn moeder zag en naast haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot zijn moeder: “Vrouw, zie daar uw zoon.” Vervolgens zei Hij tot de leerling: “Zie daar uw moeder.” En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis.
Hierna, wetend dat nu alles was volbracht, zei Jezus, opdat de Schrift vervuld zou worden: “Ik heb dorst.” Toen Jezus van de zure wijn genomen had, zei Hij: “Het is volbracht.” Daarop boog Hij het hoofd en gaf de geest.
Aangezien het voorbereidingsdag was en de Joden niet wilden dat de lichamen op sabbat aan het kruis bleven – het was bovendien een grote sabbat – vroegen zij aan Pilatus verlof de benen van de gekruisigden te breken en hen weg te nemen. Daarom kwamen de soldaten en sloegen zowel bij de ene als bij de andere die met Hem was gekruisigd, de benen stuk. Toen zij echter bij Jezus kwamen en zagen dat Hij reeds dood was, sloegen zij Hem de benen niet stuk, maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans; terstond kwam er bloed en water uit. Die het gezien heeft getuigt hiervan; zijn getuigenis is waar en hij weet, dat hij de waarheid zegt, opdat ook gij zoudt geloven.