Het is geen vereniging, partij of sekte. Het is een vriendengroep die het dorpsleven in Aaigem in de ruime zin van het woord ondersteunt door het organiseren van sociaal-culturele en ontspannende activiteiten. De KOP'ers - vrouwen en mannen - hebben elk op de een of andere manier een link met Aaigemdorp, in de volksmond bekend als “de Plosj”. KOP heeft geen bestuursleden, statuten of huisreglement
. Wie wil “aansluiten” kan dat op eenvoudig verzoek. KOP is spontaan ontstaan eind 2002, nadat een inwoner van Aaigemdorp op een kermiszondag in september toevallig een pint consumeerde in de lokale herberg “’t Aaigems Cafeetje” op de Plosj in Aaigem. Een paar mannen, woonachtig op Aaigemberg, waren op die bewuste zondagochtend ook aanwezig in ’t Aaigems Cafeetje. Voor de duidelijkheid, deze bezoekers van over de beek, die in groep waren afgezakt naar de Plosj, noemen zich de “Bergbokken” en zijn te herkennen aan een rood-witte boerenzakdoek die zij rond de nek dragen. Op een gegeven ogenblik verlegden de “Bergbokken” zich van herberg en totaal onachtzaam wilde de inwoner van Aaigemdorp én buurman van herberg " ’t Aaigems Cafeetje" met de Bergbokken meewandelen naar de andere drankgelegenheid. Maar dat was buiten de waard gerekend! Want indien hij met de Bergbokken wou meestappen, moest hij, en dit op gebiedende wijs, 10 stappen afstand houden. Vanaf dat ogenblik zocht de inwoner van Aaigemdorp (later de officiële Nachtburgemeester van de Plosj) naar een passende repliek. Hij overlegde met een achttal vrienden van het dorp en het antwoord kwam er op de volgende St.-Apolloniakermis in februari 2003. Tijdens een der duistere nachten in de week voor de kermis brak op een onverklaarbare wijze “berggeiten-pest” uit op het lager gelegen gehucht Berg . Door het Feodale Voedselagentschap werd den Berg gehuld in een schutskring. Het instellen van de schutskring leidde niet alleen tot verontrusting op den Berg, maar had ook verstrekkende gevolgen voor de kermisuitstap van de Bergbokken. Sindsdien is KOP actief gebleven en komt het groeiende gezelschap op voor haar geliefde “Plosj”. Ze houdt daarbij onder andere de gedachte dat
“den Berg lager ligt dan de Plosj” levendig.