13/12/2025
𝙊𝙣𝙩𝙙𝙚𝙠𝙠𝙞𝙣𝙜 𝙑𝙧𝙤𝙚𝙜-𝙍𝙤𝙢𝙚𝙞𝙣𝙨 𝙡𝙚𝙜𝙚𝙧𝙠𝙖𝙢𝙥 𝙞𝙣 𝙑𝙚𝙡𝙯𝙚𝙠𝙚
Na twee jaar voorbereidend onderzoek gingen onze archeologen vorige week in opdracht van het agentschap Onroerend Erfgoed het veld in te Velzeke (Oost-Vlaanderen). Het proefsleuvenonderzoek vormde het sluitstuk van een studietraject dat startte met bureauonderzoek, een studie van archeologische archiefbronnen en het landschap, en een magnetometrisch onderzoek over een oppervlakte van ongeveer 20 hectare.
Het korte proefsleuvenonderzoek, dat vijf werkdagen in beslag nam, had duidelijk omschreven doelstellingen: het bepalen van de chronologie, de stratigrafie en de bewaringstoestand van de aangetroffen sporen. Uit ouder archeologisch onderzoek, voornamelijk uit de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw, werd het bestaan van een augusteïsch legerkamp vermoed op de heuvelrug ten westen van de vicus. Over de exacte vorm en ligging was er echter geen duidelijkheid.
Op het magnetometrisch beeld viel zo’n 50 jaar na de eerste vermoedens, duidelijk af te lezen waar dit kamp zich precies bevond en hoe het eruit zag. Het gaat om een rechthoekige, omgrachte structuur van 185 x 277,5 m in afmeting, met een oppervlakte van 5,1 ha. Deze oppervlakte kan mogelijk in verband worden gebracht met de kazernering van twee zgn. cohorten, dit zijn zo’n 1000 hulpeenheden voetsoldaten, of een gemengde eenheid met ruiterij.
Ter verificatie van de magnetometrie werd besloten om over te gaan tot een beperkte sondering via proefsleuven op drie geselecteerde locaties. De eerste en grootste proefsleuf werd aangelegd ter hoogte van de omgrachting aan de zuidzijde van het kamp. De beide typische Romeinse spitsgrachten bleken aan deze zijde van het kamp nog zeer goed bewaard te zijn, met een diepte van ongeveer 2,80 m per gracht en een onderlinge afstand van circa 7 m, gemeten aan de basis.
De tweede en derde proefsleuf waren respectievelijk gericht op de relatie met een grachtenstructuur die ten zuiden van het kamp loopt, en op de evaluatie van de bewaringstoestand en erosie van het landschap en de spitsgrachten aan de noordzijde van het kamp.
Tijdens de vijf dagen veldwerk werden bovendien zo veel mogelijk stalen genomen voor natuurwetenschappelijk onderzoek. Het gaat onder meer om pollenstalen voor landschapsreconstructie, C14-stalen voor radiokoolstofdatering, micromorfologische stalen om inzicht te krijgen in het ontstaan van de grachtvullingen, en OSL-stalen als een tweede, en voor de archeologie nog relatief experimentele dateringsmethode.
Uit dit natuurwetenschappelijk onderzoek zal ongetwijfeld nog veel bijkomende informatie gewonnen worden — wordt vervolgd!
Archeologisch onderzoek is teamwork, en daarom bedanken we graag:
De opdrachtgever Onroerend Erfgoed, het Archeocentrum Velzeke - Provincie Oost-Vlaanderen voor alle kennis, en voor praktische ondersteuning, John Nicholls TARGET Archaeological Geophysics Ltd, Geologie UGent & SOLVA Dienst Archeologie met het Syntheseonderzoek OSL, Archeologie UGent, David & Jan met de metaaldetector, Jan @ De Spiegeleer Bouw, voor het mooie kraanwerk, de vele geïnteresseerden die langs kwamen om te kijken en te luisteren, maar ook om te vertellen en een steentje bij te dragen, en tot slot -> de beide eigenaars van de terreinen die het onderzoek écht mogelijk maakten.