09/07/2026
âToen hebben we hem maar opgegeten.â De rillingen liepen over mijn lijf, maar de soldaat ging verder. âIk vind de billen en dijen het lekkerste.â âMan, houd op!â Hij was bijna niet te stoppen. Soldaat eerste klasse maar bevorderd tot kletsmajoor. Hij moest weer terug naar het front in het oosten. Hij was daar knettergek geworden. Wij, in het Westen, praten over rebellengroepen. Hij noemt hen bij hun naam: Rwandezen. Ze spreken de taal van dat land, hebben identiteitskaarten van dat land en ontvangen daar vandaan hun instructies. Natuurlijk, hij was het helemaal met me eens. Een pater heeft toch altijd gelijk? Hij noemt mij âpaterâ. Ik moest wel begrijpen dat hij een vreselijke honger had. Wekenlang had de overheid geen voedsel gestuurd. Je moet toch iets? Je mag geen mensen opeten; dat zou hij ook nooit doen. Maar dit waren alleen maar Rwandezen. Nooit? TenminsteâŠ
Plots gaat hij over op het Lingala. Dat is de taal van het leger. Ik mag het niet horen, maar ik vang voldoende gruwelijks op. Er was een Amerikaanse huurling in het rebellenleger. Hij had Congolezen gedood. Woest waren de soldaten van het reguliere leger. âWe vreten âm op!â hadden ze gezegd. Ze legden een hinderlaag en de Amerikaan werd gedood en in de kookpot gestopt. Hij was best lekker. Zijn we terug bij honderd jaar geleden? Nu denk ik in elk restaurant te horen: âWat blieft u? Kippenpootjes of geroosterde Amerikaan?â Een Samburger van Uncle Sam⊠Mijn maag zit nog steeds omgedraaid in mijn lichaam. Dit is een land in oorlog, en dat merk je. Tegen de vijf miljoen doden zijn er in Oost-Congo de afgelopen 20 jaar gevallen. Daarbij vergeleken is de oorlog in OekraĂŻne slechts âkinderspelâ en is, wat er in het Midden-Oosten gebeurt, nauwelijks vermeldenswaard.
Die soldaat zat bij ons in de jeep naar Kananga, vanuit Mbuji-Mayi. Wat een tocht! 175 kilometer, waarvan 35 geasfalteerd. De rest gaat over zandpaden door de heuvels, hoger dan de heuvels in Zuid-Limburg. Soms een kilometer rul zand. Dan weer enorme kuilen, wegversperringen door kapotte autoâs en het allerergste: de controleposten. Zestien in totaal, voor de wegenbelasting (voor de weg die er niet is), identiteitscontrole, controle van de autopapieren (die natuurlijk niet in orde waren), controle op de vervoerde goederen en wapencontrole⊠Die controles kostten ons bijna drie uur. De hele reis duurde 7,5 uur. In de hitte. Gelukkig hadden we een zes-cilinderjeep. Die sjeesde zelfs met 60 km/u door het rulle zand. Hij sjeesde en sjeesde. Maar in een dorp waar de chauffeur een liefje had, stopten we vijf kwartier. âLiefdeâ gaat voorâŠ
Een knorrige chauffeur met een gewelddadige uitstraling. Ik begrijp nog niet hoe hij zonder dodelijke ongelukken de eindstreep haalde. Wel hebben we zeker één kip (misschien nog wel vijf meer) en één biggetje doodgereden, een geit geraakt, één motorrijder en twee duwfietsen. Daarover zeg ik straks nog iets. Hier en daar moesten we een paar honderd meter over de treinrails (traject Kananga â Lumumbashi) rijden omdat de weg versperd was. Als Luswa klaagde dat we te hard door de kuilen gingen (onze hoofden raakten af en toe het dak!) zei hij: âWie is de chauffeur hier?â Dat zei hij ook tegen mij, toen ik gebaarde dat hij moest stoppen omdat er op een smal pad een andere auto naderde. Ik wees hem de ideale passeerplek aan, maar aangezien hij de chauffeur was en ik me niet met zijn zaken moest bemoeien, reed hij âdusâ door. We hadden een kleine botsing, want de weg was echt veel te smal. Toen werd hij helemaal woestâŠ
Duwfietsen. Een onbekend verschijnsel in het Westen. Hier verdienen tienduizenden de kost ermee. Dat zijn omgebouwde fietsen met een stok aan het stuur bevestigd, zodat de duwer lopend de fiets kan sturen; ook nog een dikke tak aan de bagagedrager om de achterkant van de fiets in bedwang te houden. Dan wordt die volgehangen met zware zakken en andere bagage, minstens 500 kilo, soms bijna een ton. Lopend wordt die fiets van de ene naar de andere stad gebracht, door het rulle zand, door de kuilen, over wankele bruggen. Zo worden afstanden van soms honderden kilometers afgelegd, om (met een beetje geluk) twintig tot veertig dollar te verdienen. Daar heb je dan wel meer dan een week voor nodig. Ik denk dat we op onze reis 1500 Ă 2000 van die fietsen zijn tegengekomen, gemiddeld voortgeduwd door twee mensen, dus zagen we 3 Ă 4000 van die zwoegers, die met angst in de ogen keken naar de krachtige jeep die hen op een paar centimeter met grote vaart passeerdeâŠ
Die fietsen hebben veel te lijden. Soms storten ze onderweg in elkaar. Hier en daar zie je hoopjes verbogen en gebroken frames liggen. Gelukkig hebben fietsen geen gevoel.
Aangekomen in Kananga weigerde de chauffeur ons naar het hotel te brengen. Eerst moesten we vijf liter benzine betalen, want hij kon dat hele eind niet op eigen kosten rijden. We weigerden. Tenslotte bracht hij ons toch maar naar onze bestemming⊠twee straatjes verderop. Een liter benzine kost hier 2,35 euro, dus hij was zijn kans op een extra fooi kwijt.
Aangekomen in het hotel, dat door een vriendelijke dominee voor ons was geregeld, liepen we tegen een nieuw probleem op. Veel te duur. We hadden nadrukkelijk gezegd dat we een kamer zochten voor 30 dollar per nacht. Hier waren de goedkopere kamers afgeprijsd op 100 dollar, zonder ontbijt. Een warme maaltijd inclusief een verplicht drankje? Minstens 20 dollar. We maakten dus rechtsomkeert. De predikant die ons hier welkom zou heten was snel ter plaatse. âWaarom ga je niet naar Mont Carmel?â Dat is een gastenverblijf van de paters Carmelieten. Wat een zalige oplossing! Rust en ruimte, 25 dollar per dag inclusief drie maaltijden.
De bisschop van Kananga belde bezorgd op. Zijn jullie aangekomen? Heeft die prof uit Nederland het allemaal overleefd? Ach, ja⊠Ik heb wel erger meegemaakt! Op deze manier kunnen jullie meeleven met onze reizen. Dit is niet ons eigenlijke werk, maar wel de realiteit die eraan vooraf gaat.
Een foto van die zwoegers met die beladen fietsen komt t.z.t. Je kunt niet onderweg stoppen en een foto maken. Dan storten die mannen zich op je en eisen ze allen tien dollar. Alleen een fotootje van één van de dorpen waar we stopten, en zeker geen primitief dorp. De meeste dorpen zijn kleiner en daar hebben alle huizen afbrokkelende lemen muren en daken van stro.
Blijf nog even afgestemd op mijn kanaal. Dan kun je ook nog iets meenemen van het serieuzere werk.
Niet alleen die soldaat, maar tallozen leven hier op bijna dierlijk niveau, zo vreselijk arm en kansloos⊠Dan toch liever de koffie verkeerd bij de paters, het te smalle laken en de muggen. Ik ben bevoorrecht. Jullie zijn dat ook. Ik wens je nog veel goeds toe op je levenspad.
Ă Dieu!
Paix!
Bram Krol