IPOR Het Interprovinciaal Opperrabbinaat van Nederland, IPOR, is het Opperrabbinaat dat verantwoordelijk i IPOR heeft een ANBI status: Uw gift is aftrekbaar. IPOR

Wilt u uw nalatenschap schenken aan de Joodse Gemeenten of een donatie geven aan het IPOR, dan kunt u contact opnemen met [email protected]. Rekeningnummer: NL79 ABNA045 6577653, t.n.v.

Dagboek van de Opperrabbijn, 6 sept. 2026We zijn een sjabbat langer in Israël gebleven dan de bedoeling was. De reden wa...
08/09/2026

Dagboek van de Opperrabbijn, 6 sept. 2026

We zijn een sjabbat langer in Israël gebleven dan de bedoeling was. De reden was een uitnodiging om sjabbat, gisteren dus, in de Chabad sjoel in Rechavja te komen spreken op de laatste sjabbat voor Rosj Hasjana om in te vallen voor een zieke, die B”H inmiddels weer helemaal gezond is verklaard. Maar omdat ik speciaal was gebleven en royaal was aangekondigd, bleef ik wel de klos.

Maar voor het (ik bedoel die klos) zover was, hebben Blouma en ik vrijdag mincha gedawend, het middaggebed uitgesproken, bij de Kotel om voor het avondgebed te gast te zijn bij een achternicht van Blouma die met man en kinderen op loop- en klimafstand op slechts een kwartier van ons hotel woonden.

De man van de achternicht was het hoofd (of zoiets) van Joods Begrafeniswezen, maar dan niet in Amsterdam maar in Jeruzalem. Maar zijn werkveld beperkt zich niet alleen tot Jeruzalem, maar op vrijwillige basis, onbezoldigd dus, is hij regelmatig in Oekraïne te vinden waar hij probeert vergane Joodse wijken van onder het puin der eeuwen zichtbaar te maken.

Maar in feite geeft hij niet zoveel om de geschiedenis van wat onder het puin wordt aangetroffen, maar zijn belangstelling betreft de matsewot, de grafzerken, want op die zerken staan namen en data vereeuwigd. En die namen en jaartallen kunnen van essentieel belang zijn om het Jood-zijn van huidige vluchtelingen uit de voormalige Sovjet-Unie te bepalen en ook om zij die niet meer zijn, toch een beetje uit de duisternis van de vergetelheid te halen…

Tot diep in de vroege sjabbat-uurtjes, ik bedoel dus gewoon tot heel laat, wisselden we gedachten uit, spraken over Boete en Verzoening, de Oorlogsgravenstichting, en over samenwerking om de bijna vergeten geschiedenis te redden.

En dus: wordt vervolgd direct na Chanoeka 2027, wanneer ik wederom naar Israël ga en dan ook met mijn aangetrouwd achterneefje een ontmoeting zal hebben, op zoek naar massagraven, naar verborgen geschiedenis. Ik heb dus op sjabbat huiswerk gekregen. Wie kunnen we erbij betrekken? JBW? Boete en Verzoening? Christenen voor Israël?

En toen was het plotsklaps sjabbat-overdag. In sjoel moest ik kort spreken en bij de kiddoesj niet-kort. Maar ja, wat voor de een kort is, is voor de ander lang. Maar om een lang verhaal kort te maken: ik sprak over de schepping van de wereld, Rosj Hasjana, die we niet kunnen vatten en over het leven hier op aarde, dat we zeer vaak ook niet kunnen begrijpen. Maar desondanks…

En omdat ik er toch was en ik er kennelijk toch wat ouder uitzie, is de lokale rabbijn de problematiek rondom “mie hoe jehoedie-wie is Joods” met mij gaan bespreken. Ook in Israël, of wellicht juist in Israël, speelt die problematiek.

Voor mij was het duidelijk: de rabbijn had even iemand nodig om tegenaan te praten en al pratend, na en voor de dienst, werd ik praatpaal, want van het een kwam het ander, probleem na probleem, mogelijke oplossingen en onhaalbare uitdagingen. Ik voelde me helemaal in mijn RCE-jas en RCE-sas. RCE, het Rabbinical Center of Europe, waar ik als een soort Joodse ouderling de lokale besturen, rabbijnen en voorgangers tot steun mag zijn.

En toen was de sjabbat voorbij en was het de eerste nacht selichot. Via vitamine P (de P van protectie) hadden we entreekaarten weten te bemachtigen om de Selichotdienst in de Grote Sjoel bij te wonen en zat ik op de voorste rij naast de rabbijn van de sjoel en Blouma ook op de voorste rij, op het dames-balkon.

Lea Farkash, van het bekende Chesed project, na afloop ontmoet, ook oud-Nederlander en collega uit het Sinai Centrum Micha van Dijk en net voordat de dienst begon hoorde ik luidkeels mijn naam roepen: Binyomin! Daar zat W***y Lindwer die verbaasd was mij in Jeruzalem te zien! Dat is Israël, dat is Jeroesjalajim, dat is een sjoel in Jeruzalem

In iedere straat, op ieder pleintje, in ieder hoekje was de naderende Rosj Hasjana voelbaar en overal kwamen we bekenden tegen, uit Nederland, familie uit het buitenland, studiegenoten van mij uit de jesjiwa, studiegenoten van Blouma o.a. uit de tijd dat ze studeerde in Yerres, Frankrijk, aan het beroemde meisjes-seminarium.

De stewardess roept om dat de riemen moeten worden vastgemaakt. We gaan landen. Israël ligt achter ons, minder dan een week voor Rosj Hasjana. Wil ik landen? Altijd vanaf mijn tienerjaren heb ik gedroomd om later in Israël te gaan wonen, en toen was er van antisemitisme nog geen sprake.

Dien G’d met vreugde! Kapitein-zinkend schip. Of zoals ik meerdere keren juist nu van ex-Nederlanders heb gehoord: Jacobs, jij moet daar blijven, wij zijn hier in Israël beter af. Misschien moet ik gewoon wat vaker gaan opladen, er zijn genoeg redenen en desnoods smoesjes te bedenken om even naar het Heilige Land te gaan.

Op Schiphol werd ik verwelkomd door een van de vrijwilligers die zo vriendelijk was ons af te halen onder het Oekraïense motto: breng de Joden thuis. Het was goed dat ik werd gereden want ik ben redelijk moe en kreeg onderweg nog een probleem op te lossen met een Brit Mila en ook nog wat gedoe met een familie die spoedig een matsewa-tekst voor hun moeder wil hebben maar heeft aangegeven dat de overledene geen Joodse tekst op haar grafzerk wilde hebben.

Dat gaat hem dus niet worden! Op een Joodse begraafplaats komt een zerk met een Joodse tekst, ook uit respect voor de anderen die daar het aardse bestaan hebben ingeruild voor een Hoger leven.

Natuurlijk heeft ieder mens het recht te denken zoals het hem of haar behaagt, maar we zijn ook onderdeel van een brede samenleving, zeker ook tijdens het leven. En dat is nu precies waarmee de Sidra van deze week begint: “Jullie staan vandaag (Rosj Hasjana) allen voor de Eeuwige jullie G’d: jullie aanvoerders, jullie stamhoofden……zowel de houthakker als de waterschepper”.

Ja, er zijn maatschappelijke verschillen, zo is de wereld geschapen, zo zit de wereld in mekaar, maar desalniettemin staan we allen, ongeacht onze maatschappelijke positie, als een hechte eenheid en een ultieme saamhorigheid voor de Eeuwige onze G’d.

Sjana towa oemetoeka, een goed en voorspoedig 5787, een jaar van sjalom!

Dagboek van de opperrabbijn, 2 september 2026Maandag jl. was het Chaj Elloel, de achttiende van de maand Elloel, de gebo...
03/09/2026

Dagboek van de opperrabbijn, 2 september 2026

Maandag jl. was het Chaj Elloel, de achttiende van de maand Elloel, de geboortedag van de Ba’al Sjem Tov, de stichter van het chassidisme. Om die dag niet zomaar onvermeld te laten, wil ik een van de gedachten die de Ba’al Sjem Tov steeds weer benadrukte met u delen.

Chaj Elloel bracht ik een bezoek aan Kfar Chabad, een stadje niet ver van Ben Gurion Airport, om onze kleinzoon te bezoeken. Hij studeert daar aan de Talmoed Hogeschool. Maar omdat mijn komst bij een aantal aldaar woonachtige dorpelingen bekend was geworden, werd er, buiten mij om, geregeld dat ik de jongetjes van de lagere school zou toespreken.

En dus stond ik plotsklaps in de eetzaal van de lokale jongensschool om een kleine honderd jongetjes iets te vertellen. Het was muisstil. Een van de rebbes, leraren, kondigde mij aan en toen was aan mij het woord.

Ik moest pijlsnel gaan bedenken welke boodschap ik de jongetjes wilde meegeven en als ik die boodschap, de inhoud van mijn te houden toespraakje/les, had gevonden, moest ik op zoek naar de verpakking die ik zou gaan hanteren om mijn boodschap te presenteren.

Even tussendoor voor u, mijn dagboekenier, een lesje ‘toespraak houden voor beginners’: eerst moet de spreker besluiten welke boodschap hij wil overbrengen, daarna moet hij de verpakking gaan uitkiezen en ten slotte moet de spreker controleren of de plaats vanwaar hij geacht wordt te spreken de juiste is: waar staat de spreker, kan iedereen hem horen en, minstens zo belangrijk, kan hij alle toehoorders zien? Bij een goede toespraak hoort potentieel oogcontact.

Wat wilde ik de kinderen in Kfar Chabad duidelijk maken? Een boodschap die ik een dag later ook bracht in Beth Shemesh voor de pupillen van het indrukwekkende Jaffo-Project. De betrokkenheid van de leerkrachten, de motivatie van de jongeren, allen afkomstig uit gebroken gezinnen…allen tieners.

De Ba’al Sjem Tov benadrukte keer op keer dat daar waar je jezelf bevindt, daar ligt je sjeliechoet – je taak en opdracht. Toeval bestaat niet. Maar wat precies de opdracht is, hoeft niet per se zichtbaar te zijn. Vaak blijft de opdracht, de sjeliechoet, volledig onzichtbaar en heel soms wordt er een stukje van de bijna onzichtbare sluier na vele jaren opgelicht.

Een paar weken geleden kwam iemand naar mij toe om te vertellen dat in hun sjoel de echtgenote van de rabbijn ter gelegenheid van haar vijftigste verjaardag een grote Kiddoesj had aangeboden. Nou is daarmee op het eerste gezicht niets mis, ware het niet dat haar leeftijd geen vijftig was, maar achtenzestig, omdat ze drie jaar geleden een Kiddoesj aangeboden had gekregen van het bestuur van de Joodse Gemeente ter gelegenheid van haar vijfenzestigste. Hoe kan ze nu, drie jaar later, dan vijftig zijn???

In 1976, dus vijftig jaar geleden, toen ze achttien jaar was en nogal Amerikaans losgeslagen gedrag vertoonde, deed ze Europa aan als backpacker. Toevallig, hoewel toeval ook toentertijd al niet bestond, zag ze in Amersfoort, waar ze die dag was, een Jood lopen, voorzien van een zwarte hoed en een kaftan, zo’n rabbijnse lange zwarte jas, te midden van niet-Joden, niet-Joden en nog eens niet-Joden.

Dat moet ik geweest zijn, want collega Simon Evers was pas in 1981 in Amersfoort geland en er waren toen geen leden van de Joodse Gemeente die chassidisch gekleed waren.

Toen de backpacker, na een zwerftocht van een maand, weer in haar USA was teruggekomen en stukje bij beetje haar backpackerreis de revue liet passeren, kwam ze in haar gedachten die zwartgeklede Joodse rabbijn weer tegen. Dat hij, omringd door ongelovigen, zich niet van de Joodse wijs liet brengen, drong langzaam tot haar door.

Weken liep ze als het ware achter die rabbijn aan, tot ze besloot om haar backpackerlevensstijl achter zich te laten en stapje voor stapje terug te keren naar de leefwijze van haar voorouders.

Nu is zij de stuwende kracht, als rabbaniet, van een van de grotere Joodse Gemeenten in de Verenigde Staten. Ik heb haar nog nooit bewust ontmoet en zij, hoewel ze me dus wel had gezien, wist ze niet wie ik was. We gaan elkaar hopelijk spoedig ontmoeten als ik toch aan de andere kant van de oceaan ben om deel te nemen aan de Kinus, de jaarlijkse bijeenkomst van Chabad-rabbijnen in New York.

Van de leerkrachten in Kfar Chabad en in Beth Shemesh vernam ik na mijn toespraak dat de kinderen/pupillen aandachtig hadden geluisterd, niet uitsluitend de verpakking volgden, maar dat ook de boodschap was geland: Alles komt van Boven, wie, waar of wat je ook bent!

Gelijk de backpacker haar Europese reis de revue liet passeren, zo ook wil ik mijn recente Israël-reis voor mezelf evalueren, maar u mag meekijken.

Als ik in een paar woorden mijn week in Israël samenvat, dan komen drie gedachten bovendrijven: drie keer per dag naar sjoel gegaan; drie heilige plaatsen bezocht; drie liefdadigheidsprojecten geïnspecteerd.

Natuurlijk ben ik ervan doordrongen dat mijn sjeliechoet, mijn opdracht, in Nederland ligt en mijn aanwezigheid in Israël voor Israël weinig betekenis heeft: aan rabbijnen in Israël geen gebrek!

Maar voor Blouma en mezelf voelt ons Israëlisch verblijf als een oplaadpaal. Hoe het precies werkt met het opladen van een elektrische auto weet ik niet, maar als ik naar mijn mobiel kijk, bemerk ik dat naarmate mijn mobiele telefoon ouder wordt, deze steeds vaker moet worden opgeladen.

Israël is het oplaadstation: bestond er twintig jaar geleden minder behoefte aan opladen, nu voelen we dat we vaker de oplading nodig hebben, voor onszelf en ook voor de velen die zich via ons aangesloten en verbonden weten met het Jodendom en met Israël, het Heilige Land.

Maar het leek ons verstandig om niet uitsluitend passief en toeristisch in Israël te zijn, want dan is er slechts sprake van een vertraagd opladen. En dus trokken we er op uit, om ons versneld te laten inspireren: bij het graf van Aartsmoeder Rachel aan de rand van Bethlehem op de Westelijke Jordaanoever, bij de graven van Adam en Chawa, van onze Aartsmoeders en onze Aartsvaders in Chevron en in Jeruzalem bij de Kotel – de Westelijke Muur- van wat eens de Tempel was, heel dicht bij de Eeuwige onze G’d.

Maar los van het eigenbelang, onze behoefte aan oplading, hadden we ook een specifieke opdracht. Zes projecten die door Christenen voor Israël worden ondersteund hebben Blouma en ik bezocht, misschien wel een beetje om ze te beoordelen, maar vooral om mee te denken…

En ondertussen bleven de e-mails en telefoontjes binnenkomen, alsof ik gewoon thuis achter mijn computer zat, want mijn afwezigheid heb ik niet van de daken geschreeuwd.

Dagboek van de opperrabbijn, 30 augustus 2026Als u, mijn trouwe lezer en vriend van Israël, dit leest, zit ik al, naar i...
31/08/2026

Dagboek van de opperrabbijn, 30 augustus 2026

Als u, mijn trouwe lezer en vriend van Israël, dit leest, zit ik al, naar ik vermoed, uitgeput in het vliegtuig op de terugweg van het Heilige Land naar Nederland. Woensdag jl. zat ik, namens EJA - European Jewish Association, samen met Pieter van Oordt van het IPC – Israel Producten Centrum, voorzien van een drietal advocaten, in het Paleis van Justitie in Den Haag in een rechtszaak tegen onze “haantje-de-voorste-Nederlandse Overheid”, die heeft besloten dat inkoop en verkoop van producten uit Israël verboden gaat worden met ingang van 22 september. Ja, ik weet dat het verbod slechts betrekking heeft op producten uit de betwiste gebieden, maar ik garandeer u dat als deze wet er eenmaal is, het duidelijk gaat worden dat heel Israël betwist gebied is.

Laat ik vooropstellen dat ik de Nederlandse Overheid niet van antisemitisme verdenk, absoluut niet. Maar wel van onzorgvuldigheid. Ten eerste: als Nederland zich zo actief meent te moeten mengen in het conflict in het Midden-Oosten, waarom dan ook niet in conflicten elders in de wereld? De wereld is honderdtachtig brandhaarden rijk-arm. Beseft mijn Overheid dat zij door haar boycot van Israël voeding geeft aan het huidige antisemitisme?

Enige jaren geleden zei een topper uit de Nederlandse Overheid tegen mij dat het huidige antisemitisme in ons land voor 98% afkomstig is van de moslims. Waarop ik, de Jood, hem antwoordde dat toen tachtig procent van mijn familie werd vermoord, er geen moslims in Nederland woonden… Waarom weigert de Overheid in te zien dat ze met haar boycot van Joden, want voor de meeste Nederlanders bestaat er geen verschil tussen een Jood en een Israëliër, de haat tegen mij als Nederlandse burger aanwakkert? Waarom geen verbod op producten uit China en vele andere landen waar op grote schaal gediscrimineerd wordt?

En terwijl ik nu mijn dagboek schrijf en u mijn dagboek leest, worden er in Afrika honderden medemensen vermoord, waaronder vele moslims, maar die slachtpartijen hebben geen invloed op de prijs van benzine en diesel. Waarom moet mijn NL-Overheid zo vlijtig zijn, gelijk toentertijd… Het was de Nederlandse politie die de Joden uit hun huizen haalde. Beste Overheid: laat die paar Joden die Nederland nog telt met rust. Zorg dat ze hier kunnen blijven en geef niet toe aan chantage, want dat gebeurt.

De rechtszaak had moeten duren van 13:00 uur tot 14:00 uur en om alles een beetje royaal te houden, ging ik ervan uit dat ik om 14:30 uur huiswaarts zou keren om vervolgens om 15:30 uur naar Schiphol te gaan, alwaar ons vliegtuig om 19:00 uur zou vertrekken richting Tel Aviv airport. Vervolgens kreeg ik bericht uit Israël dat ons vliegtuig pas om 20:00 uur zou vertrekken, waardoor ik meer reistijd zou hebben, maar op het laatst werd het toch weer 19:00 uur, om vervolgens in een race tegen de tijd toch weer om 20:00 uur te vertrekken. Uiteindelijk zaten we pas om 20:30 uur in de lucht.

Voeg daarbij dan ook nog dat de rechtszaak uitliep tot 16:00 uur en u begrijpt dat ik enigszins gestrest mijn goed georganiseerde Nederland verliet. Overigens bleef het bord op Schiphol volhouden dat het vliegtuig om 19:00 uur vertrok, ook toen het al ruim 20:00 uur was. Kennelijk geldt bij Schiphol: beloofd is beloofd!

In Israël ligt dat tijdsprobleem geheel anders, want iedereen weet dat 19:00 uur op z’n vroegst 20:00 uur is. Daar weet je tenminste waar je aan toe bent.

En toen: aan het werk! Donderdagavond een bar mitswa van een achterneefje dat toevallig nu bar mitswa werd, maar vrijdagavond begonnen we waarvoor we gekomen waren. Precies 110 (elf tafels van tien per tafel) vluchtelingen uit Oekraïne waren gekomen naar een reünie in Petach Tikwa. Mendel Kohen, de gevluchte rabbijn van Marioepol, was de organisator en mijn persoontje en mijn Blouma de gastsprekers. Het was geweldig.

De eerste Oekraïners waren er al om half zeven en de laatsten gingen om half twaalf naar huis. Sjabbatochtend een volle sjoel, veel voller dan op een gewone sjabbat. Kiddoesj met lunch daarna weer… Om een lang verhaal kort te houden: ik heb alles bij elkaar zes keer het woord mogen/moeten voeren.

Verrassing: los van de Oekraïense vluchtelingen was er ook een bescheiden Nederlandse delegatie aanwezig. Sjors Italiaander met zoon en kleinzonen, Rob de Vries, een van mijn eerste leerlingen, die ik bij hem thuis in Neede les heb mogen geven zo’n vijftig jaar geleden. Ook zijn uit Rusland afkomstige echtgenote en zonen waren aanwezig.

Voor de onverwachte Nederlanders werd er een twaalfde tafel bijgeregeld, zodat het totale aantal deelnemers ruim de 110 oversteeg, maar de Hollandse Joden telden (ook daar!) niet mee, want ik was ingevlogen voor de Oekraïners en een paar verdwaalde Russen, maar niet voor Nederlandse Joden.

Nogmaals, als u mijn reisverslag leest, zit ik alweer in de lucht of ben ik al hoog en droog thuis. Maar is thuis wel zo hoog en droog? Ik vroeg me serieus af of ik niet toch beter mijn thuis moest gaan inruilen. Maar net toen dat in mijn gedachten opkwam, herinnerde ik me wat Sjors Italiaander sjabbat tegen mij zei, ongevraagd: Binyomin, jouw plaats is Nederland. Zolang er daar nog Joden wonen, heb je hier in Israël niets te zoeken.

Omdat toeval niet bestaat en ik het ook wel een beetje zo had geregeld, was er gisteravond, zondagavond dus, de choepa van de zoon van een jongere broer van Blouma. Omdat die jongere broer in Australië woont en Blouma, zonder vooroverleg, hem had beloofd dat als ooit een van zijn kinderen in Israël trouwt, wij van de partij zullen zijn. En dat waren we dus.

En ondertussen is Rosj Hasjana in volle aantocht. Wat herdenken we op Rosj Hasjana? De schepping van de eerste mens en van de wereld in z’n totaliteit. Rosj Hasjana is altijd twee dagen; het is in feite een dag van achtenveertig uur. De eerste vierentwintig uur staat de gedachte centraal dat G’d de wereld heeft geschapen. Waarom? Onbekend, zo wilde HIJ nu eenmaal.

De tweede dag leert ons wat G’d van ons schepselen wil: Hem dienen. Allen hebben we een opdracht in deze wereld, ook mensen die zo verstandig waren om geen rabbijn te worden. Kijk om je heen en zie waar je nodig bent, waar je er voor de medemens kunt zijn, een bijdrage kunt leveren aan de brede samenleving.

Of neem gewoon in je handbagage, als je uit Israël naar Nederland vliegt, een fles heerlijke Israëlische wijn mee, bij voorkeur uit de betwiste gebieden. Mocht je bij de Nederlandse grens betrapt worden en in het gevang belanden, bel me even. Ik kom je graag met liefde en een glaasje koosjere Israëlische wijn bezoeken.

Dagboek van de opperrabbijn, 26 augustus 2026Verjaardagsfeestjes zijn soms een beetje saai. Iedereen zit in een kring me...
27/08/2026

Dagboek van de opperrabbijn, 26 augustus 2026

Verjaardagsfeestjes zijn soms een beetje saai. Iedereen zit in een kring met een drankje en een verplicht stukje taart en er wordt gezocht naar een gezamenlijk gespreksonderwerp, opdat iedereen mee kan doen en na afloop instemmend kan zeggen dat het gezellig was.

Maastricht had afgelopen sjabbat een verjaardagspartijtje. Rabbijn Awraham Cohen vierde zijn 50ste verjaardag, maar hoewel de door dochter Cohen vervaardigde taart niet ontbrak, was van saaiheid geen sprake. Het ‘verjaardagsfeestje’ was een toonbeeld van een hechte, levendige kehilla waar wordt gelernd, gedawend, gegeten, gedronken en gesmoesd, zelfs af en toe tijdens de sjoeldiensten.

Bij een choepa, een huwelijksinzegening, wordt bij de feestelijke plechtigheid door de chatan, de bruidegom, een glas stukgetrapt ter herinnering aan de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem, het begin van onze ballingschap. En dus moest er ook dit weekend iets verkeerd gaan.

De sjoeldienst op sjabbat had om tien uur moeten beginnen, maar begon, voorzien van een Limburgs kwartiertje, precies een uur later. Schuldig was ik, een bijna neurotische man van de klok. Bij navraag was mij verzekerd dat de sjoeldienst om tien uur zou beginnen en dat ik niet eerder hoefde te komen om een sjioer te geven.

En dus, ervan uitgaande dat tien uur in Maastricht half elf zou zijn, was ik desalniettemin klokslag tien uur aanwezig. Een groep van zo’n twintig mensen zat toen echter al in een kring te lernen onder de bezielende leiding van rabbijn Cohen. Bij mijn binnenkomst stond Cohen meteen op en moest ik de sjioer overnemen. En dus begon de sjoeldienst pas om elf uur!

Maar los van dit extra uur vertraging-verrijking: de Joodse Gemeente Limburg leeft, groeit en bloeit. Rabbijn Cohen, bestuurders, leden en nog-niet-leden: mazzeltov!

Zijnde in Maastricht en goed geïnformeerd over de ‘ongezellige’ situatie voor Joodse en Israëlische studenten aan de universiteit, kreeg ik ook een positief verhaal te horen.

Een Joodse buitenlandse studente met een zichtbare Davidster, dus voor iedereen herkenbaar Joods, woonde een bijeenkomst bij van een studentenvereniging. Ze eet weliswaar niet koosjer, maar wel koosjer stijl. En dus, toen er bij een van de eerste bijeenkomsten iets werd geserveerd dat zelfs het predicaat koosjer stijl niet kon verkrijgen en de andere, niet-Joodse studenten bemerkten dat zij niet mee-at, werd er spontaan besloten om voortaan uitsluitend koosjer stijl te serveren.

Hoewel koosjer stijl in mijn Joodse optiek weinig tot niets voorstelt, was het gebaar van de niet-Joodse studenten een duidelijke stellingname, die ook vermeld mag worden tussen alle negatieve opstellingen en berichten.

Nog nauwelijks thuisgekomen in de vroege uurtjes van de zondag, moesten we alweer weg. Om tien uur zondagochtend: een Brit Mila in de sjoel van Utrecht.

Daar was alles op tijd, behalve de Brit Mila zelf. Omdat de baby een beetje geel was geweest, moest de Brit Mila om halachische reden een paar dagen worden uitgesteld — zulks ter bepaling van de moheel — en vond de Brit plaats op zondag in plaats van op donderdag, de achtste dag. Maar het leek erop dat de moheel door zijn supersnelle, vakkundige ingreepje de drie dagen achterstand bijna had ingelopen.

Wat een simcha bij de ouders, maar misschien nog meer bij de kakelverse, dankbare grootouders, oma Hendrien en opa Joël. Joël van de Rhoer is al jarenlang de onbezoldigde chazan, manusje-van-alles en brugophaler van de Joodse Gemeente Utrecht.

Vanaf dit dagboek: mazzeltov Ilja, Eliora, baby Zamir en grootouders, en alvast een sjana towa oemetoeka toegewenst met gezondheid, voorspoed en sjalom.

Om mijn dagboek ook een stuk spirituele inhoud te geven, hierbij een korte samenvatting van mijn toespraak bij de Brit Mila.

We lazen sjabbat jl. dat wanneer iemand toevallig een vogelnestje tegenkomt met op dat nestje een broedende moedervogel, het verboden is om de eitjes of de kleine vogeltjes te nemen in aanwezigheid van de moedervogel. Pas als we de moeder hebben laten wegvliegen, is het toegestaan om de eitjes of de kleine pasgeboren vogeltjes te nemen, “opdat het je goed zal gaan en je lang zult leven”.

Daarna spreekt de Thora over je huis: dat er een hek op het dak geplaatst moet worden om te voorkomen dat iemand van het dak valt. Dan heeft de Thora het over wetten die van belang zijn voor voeding en ten slotte komen de wetten aan bod die onze kleding betreffen, zoals het verbod om wol en linnen door elkaar geweven te dragen.

In onze Thora staat nooit iets voor niets en ook de volgorde heeft een betekenis. Wat is de reden dat hier eerst wordt gesproken over de moedervogel, dan de woning, daarna voeding, om te eindigen met kleding?

De mitswa om de moedervogel weg te jagen voordat we haar eitjes wegnemen, vereist weinig inzet. Het kost ons niets om dat te doen en emotioneel begrijpen we deze wet. Bij een Brit Mila, bij een jubileum en zelfs bij een onverhoopte en onacceptabele 7 oktober voelen we ons Joods; het raakt onze nesjomme. Maar er wordt meer van ons verlangd. Jood-zijn vereist meer dan uitsluitend dat Joodse nesjomme-gevoel.

In welk huis wonen we? De ons omringende omgeving, de wijk waarin we wonen en de vriendenkring die we hebben, worden gesymboliseerd door het huis dat ons omringt en waar we verplicht worden om een hek op het dak te plaatsen om te voorkomen dat iemand valt, de verkeerde kant opgaat als gevolg van een niet-goede en soms verderfelijke entourage: de woning waarin we vertoeven.

Nog ingewikkelder is het om erop toe te zien dat alles wat we tot ons nemen, gelijk voeding, koosjer is. De kranten die we lezen, de televisieprogramma’s die we zien, de geluiden die we horen. Ook hier moeten we grote alertheid betrachten om ervoor te zorgen dat we het juiste pad blijven bewandelen.

En het meest ingewikkelde, maar daardoor juist van essentieel belang: mijn kleding! Hoe uit ik mezelf naar derden? Verberg ik mijn Jood-zijn door de Davidster te verbergen, mijn tsietsiet bewust onzichtbaar te houden, mijn keppel in te ruilen voor een niet-herkenbare baseballcap? Je onder alle omstandigheden Joods blijven profileren is complex, ingewikkeld, maar daardoor juist zo belangrijk!

Mijn boodschap aan de aanwezigen bij de Brit Mila en aan de gasten bij het verjaardagspartijtje van rabbijn Cohen was: Jodendom moet en mag er zeker zijn en wordt niet alleen gedreven door verstand, maar juist ook door emotie. We voelen ons Joods!

Maar we moeten ons ook als Joden weten te handhaven te midden van een niet-Joodse en zelfs een anti-Joodse omgeving. Steeds moeten we ervoor waken geen ongezonde (geestelijke) voeding en kennis tot ons te nemen.

En ten slotte — en dat is het meest gecompliceerd — moeten we er niet voor terugdeinzen om onszelf Joods te profileren en mag van onderduiken, door ons Jood-zijn te verbergen, geen sprake zijn.

Mijn ouders moesten onderduiken, maar nu de Staat Israël bestaat, zal er van onderduiken geen sprake meer mogen zijn!

Voor woensdag aanstaande staat een zeer belangrijke rechtszitting in mijn agenda en wat betreft de nieuwe Solidariteitswandelingen die ik ga meelopen:

8 september Dordrecht;
22 september Barneveld;
23 september Sneek;
12 oktober Staphorst (voorlopig alleen Stolpersteine, zonder wandeling);
15 oktober Groningen;
22 oktober Buren.

Noteert u het vast in uw agenda om te voorkomen dat ik in m’n eentje loop solidair te zijn.

Foto: Ariel Yellin Photography

Dagboek van de opperrabbijn, (uitgaande sjabbat) 22 augustus 2026Mijn kleinzoon uit Brooklyn was zijn grootouders komen ...
23/08/2026

Dagboek van de opperrabbijn, (uitgaande sjabbat) 22 augustus 2026

Mijn kleinzoon uit Brooklyn was zijn grootouders komen bezoeken. Hij studeert in Londen aan een Talmoed-hogeschool in Golders Green. Maar alleen bij opa en oma thuis zitten te zitten, past niet erg bij hem (hetgeen hij overigens niet van een vreemde heeft!) en daarom, om verveling te voorkomen, had hij twee studiegenoten meegenomen en heb ik een Joods-toeristisch dagprogramma samengesteld, zodat ze bekaf, maar geestelijk verrijkt, na drie dagen terug naar Londen vlogen.

Ze hadden een fijne Amsterdam-dag gehad, vol educatie. Een bezoek aan de Snoge met een rondleiding door Emile Schrijver, de directeur van het Joods Cultureel Kwartier, die hun niet alleen heeft verteld over de sjoel en het gebouw, maar ze ook heeft binnengelaten in de oudste nog in gebruik zijnde Joodse bibliotheek ter wereld, de Eets Chaïm. Ook een bezoek aan het Anne Frankhuis had op het programma gestaan, alwaar speciaal voor hen, ondanks de drukte, een rondleiding was geregeld. (Directeur Ronald Leopold: dank!) En daarna een rondvaart door de Amsterdamse grachten. Ze hadden veel geleerd in de bibliotheek over de geschiedenis van de Portugese Joden, de Joodse boekdrukkunst en hadden zeldzame Joodse boeken gezien, maar ook over tot dan toe voor hen onbekende aspecten van de Holocaust, over Nederland en: over de huidige situatie met het antisemitisme.

‘Daar is hij weer’, hoor ik u denken, ‘Jacobs zonder antisemitisme is bijna ondenkbaar’. Maar gelooft u mij, ik wilde niets zeggen over antisemitisme, maar zij begonnen erover. Toen ze op het station kwamen kregen ze Joden, Joden en Free Palestine over zich heen gestort. Wat hun verbaasde was niet zozeer het schelden, maar de reactie van de omstanders, dat wil zeggen, het zwijgen, het wegkijken, het plotselinge gehoorgebrek.

“Beste wereld: Voordat jullie tegen me zeggen ‘Free Palestine - Bevrijd Palestina’, heb ik een paar vragen voor jullie:

Beste Amerikanen, wanneer gaan jullie de Verenigde Staten bevrijden en teruggeven aan de inheemse volkeren?

Beste Canadezen, wanneer gaan jullie Canada teruggeven aan de First Nations?

Beste Australiërs, wanneer geven jullie Australië terug aan de Aboriginal-volkeren?

Beste Nieuw-Zeelanders, wanneer geven jullie Nieuw-Zeeland terug aan de Māori?

Beste Spanjaarden, voordat jullie Israël de les lezen over kolonialisme, wanneer geven jullie Ceuta en Melilla, jullie gebieden op het Afrikaanse continent, op?

Beste Turken, wanneer bevrijden jullie Noord-Cyprus?

Beste Marokkanen, wanneer bevrijden jullie de Westelijke Sahara?

Beste Russen, wanneer trekken jullie je terug uit de Oekraïense gebieden die jullie zijn binnengevallen?

Beste Chinese activisten, wanneer gaan we het over Tibet hebben?

Beste Indonesiërs, wanneer bevrijden jullie West-Papoea?

Beste Britse activisten, wanneer gaan jullie Gibraltar, Bermuda, de Falklandeilanden, de Kaaimaneilanden, de Britse Maagdeneilanden, Anguilla, Montserrat en de Turks- en Caicoseilanden dekoloniseren?

Beste Franse activisten, wanneer gaan jullie Nieuw-Caledonië en Frans-Polynesië bevrijden?

Beste Amerikanen, nogmaals: hoe zit het met Guam, Amerikaans-Samoa, Puerto Rico en de Amerikaanse Maagdeneilanden?

Beste Denen, is aan de bevolking van Groenland gevraagd wat zij wil?

Beste Nederlandse activisten, wanneer gaan we het hebben over de overige Nederlandse gebieden in het Caribisch gebied?

Beste Chilenen, wanneer geven jullie de inheemse volkeren in Patagonië hun land terug?

Beste Argentijnen, dezelfde vraag.

Beste Brazilianen, wanneer krijgen de inheemse volkeren van het Amazonegebied hun voorouderlijk land terug?

Beste Mexicanen, wanneer geven jullie Mexico terug aan de vele inheemse volkeren?

Beste Europeanen, wanneer geven jullie het land, de rijkdommen en de culturele schatten terug die jullie imperiums hebben weggenomen uit Afrika, Azië, Amerika en het Midden-Oosten?

Polynesië?

O, gaan jullie dat niet doen?

Interessant. Blijkbaar is dekolonisatie ongelooflijk eenvoudig, zolang het enige land dat ontmanteld wordt Israël is. Laat me nu één ding heel duidelijk maken.

Ik suggereer niet dat moderne landen van hun bevolking ontdaan moeten worden.

Dat zou absurd zijn. En dat is precies het punt.

Geschiedenis is ingewikkeld. Grenzen zijn ingewikkeld. Bijna elk land op aarde is gevormd door migratie, oorlog, verovering, imperium en ontheemding.

Toch wordt slechts één volk voortdurend opgedragen om ‘terug te gaan’ naar ergens anders, ook al zijn we teruggekeerd naar het land waar onze identiteit, taal, geloof, geschiedenis en beschaving zijn ontstaan en hebben we geen ander land.

Het Joodse volk bestaat niet uit buitenlandse toeristen in Judea.

We hebben onszelf niet naar dit land vernoemd. Dit land is naar ons vernoemd. Onze koninkrijken stonden hier. Onze taal is hier ontstaan. Onze heiligste plaatsen bevinden zich hier. Onze geschiedenis ligt begraven onder elke weg. Tweeduizend jaar lang baden Joden in de richting van Jeruzalem, rouwden ze om Jeruzalem, droomden ze van Jeruzalem en sloten ze hun gebeden af met de woorden: ‘Volgend jaar in Jeruzalem.’

Toen keerden we eindelijk terug naar Jeruzalem, en plotseling begonnen de afstammelingen van imperiums ons kolonisatoren te noemen. De ironie zou hilarisch zijn als het niet zo gevaarlijk was.

Ja, je mag kritiek hebben op een Israëlische regering. Je mag debatteren over grenzen, beleid en de toekomst van Palestijnse Arabieren. Maar je mag duizenden jaren Joodse geschiedenis niet uitwissen…” (Nadav Peretz is de CEO en oprichter van Outstanding Travel en woont in Tel Aviv.)

In mijn jonge jaren, inmiddels alweer een tijdje geleden, kon je soms bij een radioprogramma inbellen en mocht je een verzoekplaatje indienen. Even uitleg: je belde naar het telefoonnummer dat door de presentator werd aangegeven en als je dan de gelukkige was die erdoor kwam dan kon je in de uitzending de groeten geven aan je ouders, kinderen, ooms of tantes en ze trakteren op een bepaald liedje en dan werd de grammofoonplaat gedraaid waarop dat liedje stond. Ik leg het maar even omstandig uit, want ik denk dat veel van mijn dagboekeniers niet meer weten wat een grammofoonplaat is.

Steeds vaker wordt mij gevraagd om iets op te nemen in mijn dagboek. Mijn dagboek dreigt dan ook een soort ‘verzoekplatendagboek’ te worden. Niets mis mee, maar ik moet natuurlijk wel zelf blijven schrijven, anders is het niet meer mijn dagboek en verwordt het tot een potpourri van artikeltjes van derden. Maar bovenstaande ‘Beste wereld’ wilde ik jullie niet onthouden. En dus, omdat ik de duizend woorden die voor een dagboek zijn toegestaan, ruimschoots heb overschreden en het inmiddels alweer vele uren na havdala is, sluit ik af en houd ik u het verslag van ons verblijf in Maastricht, deze sjabbat, nog tegoed. Zie hiervoor het volgende dagboek, waarin ook de Brit Milah zal staan, die morgenochtend (ter oriëntatie: zondagochtend) in Utrecht zal plaatsvinden!

Maar de Solidariteitswandeling van donderdagavond moet nog wel vermeld worden, mag absoluut niet in dit dagboek ontbreken: meer dan honderd vrienden van Joden en van Israël liepen mee in de Solidariteitswandeling in Kampen, die voor het eerst had plaatsgevonden. Een en al bemoediging, belangeloze inzet, liefde en warmte. We hebben inmiddels gelukkig, als ik het goed heb bijgehouden, al twintig, twee meer sinds mijn vorige dagboek. Solidariteitswandelingen, van medeburgers die zich stuk voor stuk uit de naad lopen om ons Joden het gevoel te geven dat er tegen Jodenhaat (antisemitisme en antizionisme) wordt geprotesteerd en dat we ook echte vrienden hebben. Am Jisrael Chaj, werd er spontaan gezongen toen we allen in de eerste Kamper Poort stonden. Hoewel het inmiddels meer dan twee avonden geleden is dat we daar waren, hoor ik nog steeds het spontane gezang van die vrienden die we ondanks alles toch hebben en die wij Joden moeten koesteren. En daarom probeer ik bij alle Solidariteitswandelingen minstens een keer acte de présance te geven.

Adres

Postbus 7967
Amsterdam
1008AD

Openingstijden

Maandag 09:00 - 13:00
Dinsdag 09:00 - 13:00
Woensdag 09:00 - 13:00
Donderdag 09:00 - 13:00
Vrijdag 09:00 - 13:00

Telefoon

+2030184950

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer IPOR nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Plaats Van Aanbidding

Stuur een bericht naar IPOR:

Snelkoppelingen

Delen