24/12/2025
Geen plaats in de herberg – een kerstverhaal
t. Stephan Houtman f. Ilse Plancke
Het was tegen de avond, zo’n winteruur waarin stemmen korter klinken en woorden sneller bevriezen. In het huis van kerkelijk overleg brandden lichten, maar ze warmden niet. Ik was gekomen voor een eenvoudige opdracht: samen kijken wie wat zou dragen, hoe we taken eerlijk konden verdelen. Meer niet. Dat dacht ik toch.
Rond de tafel zaten anderen dan verwacht. Stoelen waren al ingenomen, rollen al uitgesproken. Wat overdracht heette, bleek vooral herhaling van wat al beslist was. Ik luisterde, en voelde hoe de reden van mijn komst langzaam uit beeld verdween. Alsof ik op de verkeerde bladzijde was beland van een boek dat elders al verder geschreven werd.
Toen kwam de zin die alles kantelde. Niet als vraag, maar als veronderstelling: “Je bent hier zeker om te spreken over het terugvragen van middelen bestemd voor pastorale zorg? ”
Ik zweeg. Niet uit zwakte, maar omdat mijn hart wist: dit is niet waarvoor ik gekomen ben. Ik was gekomen om te spreken over verantwoordelijkheid en samenwerking, niet om mij te moeten verantwoorden.
Op dat moment ging de deken weg. Hij moest naar het kerstspel. Kinderen wachtten, een verhaal van hoop werd geoefend. Geen plaats in de herberg, fluisterde het script. De ironie gleed langs me heen.
Ik zocht naar woorden en probeerde, bijna schuchter, of ik toch nog even mijn verhaal mocht doen.
“Er is eigenlijk geen tijd meer,” klonk het. “Maar goed, heel even dan.” Heel even werd buiten. In een smal straatje, waar de kou eerlijker was dan de woorden binnen. Ik vertelde mijn verhaal, kort, zorgvuldig, alsof ik een breekbaar pakje overhandigde. Het landde niet. Het viel stil, op stenen die geen handen waren.
Er werd iets aangeboden dat op zorg leek, maar voelde als uitstel. " Je kunt de titel van ondervoorzitter krijgen. " Een titel zonder ruimte. Een rol zonder stem. Een vriendelijk kluitje in het riet.
Bij het uiteengaan klonk nog de stem van de deken:
"Je komt toch naar de nieuwjaarsontmoeting en de samenkomst van pastoors. We zullen daar spreken over het functioneren. ”
Ik bleef even staan. De straat was donker, maar ergens brandde licht, in mij, waar iets zacht zei: " Je bent niet verkeerd. Je bent alleen niet gehoord."
En dat is misschien wel het kerstverhaal van vandaag: dat het Kind niet geboren wordt waar alles netjes geregeld is, maar waar iemand naar buiten wordt geleid, de kou in, en daar ontdekt dat waardigheid niet gegeven wordt door een stoel aan tafel, maar door trouw te blijven aan wat je kwam brengen.
Er was geen plaats in de herberg. Maar in de nacht werd toch iets nieuws geboren.
Stephan Houtman