05/07/2026
‘Leer van Mij’, zegt Jezus, ‘en ge zult rust vinden voor uw ziel.’ Van Jezus ging zo’n weldadige uitstraling uit dat mensen Hem vroegen: Leer ons bidden. Neem ons mee naar waar Gij uw vrede haalt. Waar Jezus komt, gaat de storm liggen. Aan een waterput in Samaria ontmoet hij een vrouw met een heel onrustig leven. Hij boort in haar een diepe bron aan die voortaan zal opborrelen tot eeuwig leven. Hij schenkt haar vrede. Wie verstaat het? De kinderen, zegt Jezus. Want de Vader houdt zijn geheimen verborgen voor wijzen en verstandigen, maar openbaart ze aan kinderen. Te beginnen met een uniek Kind Gods: de Zoon. Hij blijft in zijn kindschap Gods. Hij kent geen puberteit die opstandig maakt en eigen wegen doet gaan. Hij is soepel in de handen van de Vader. Zo geeft de Vader Hem alles in handen. Zo kan niemand de Vader kennen, tenzij de Zoon en degenen aan wie de Zoon God wil openbaren: de kinderen dus, de ontvankelijken, mensen zoals Maria. ‘Leer van Mij’, zegt Jezus, ‘Ik ben zachtmoedig en nederig van hart.’ Leer het zachtmoedige en nederige kindschap Gods. Het is het geneesmiddel voor stress en beladenheid. ‘Kom allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken.’ ‘Afgetobt’ en ‘als schapen zonder herder’, zo beschrijft het evangelie de mensen die uitgeput zijn geraakt door de lasten die ze dragen en waaronder ze krom lopen. Aan hen stelt Jezus een lichte last voor en een zacht juk. Dat is het kruis dat we in liefde dragen, niet omdat we denken dat we sterk zijn, niet omdat we niet anders kunnen, maar ter liefde Gods, en bekommerd om medemensen. We dragen wel degelijk een last: ons eigen kruis. Omdat Jezus zegt: ‘Niemand kan mijn leerling zijn als hij zijn kruis niet opneemt en Mij volgt.’ Dat kruis proberen we niet te ontlopen, want dan komt het ons achterna en raken we uitgeput. Dat kruis omhelzen we. Dan wordt het een zacht juk en een lichte last.
-Pater Paul Delmé, Karmeliet